Song of Solomon 5:7

“De wachters,8104 8802 die in de stad5892 omgingen,5437 8802 vonden4672 8804 mij, zij sloegen5221 8689 mij, zij verwondden6481 8804 mij; de wachters8104 8802 op de muren2346 namen5375 8804 mijn sluier7289 van mij.”

Song of Solomon 5:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 16 in Song of Solomon chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Song of Solomon 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Ik ben in hof1588 gekomen,935 8804 o zuster,269 o bruid!3618 Ik heb mirre4753 geplukt717 8804 met specerij;1313 Ik heb honigraten3293 met honig1706 gegeten;398 8804 Ik heb wijn,3196 mitsgaders melk2461 gedronken.8354 8804 ,398 8798 vrienden!7453 drinkt,8354 8798 en wordt dronken,7937 8798 o liefsten!1730 Ik sliep,3463 maar mijn hart3820 waakte,5782 8802 de stem6963 mijns ,1730 klopte,1849 8802 was: Doe open,6605 8798 zuster,269 vriendin,7474 duive,3123 volmaakte!8535 want hoofd7218 is vervuld4390 8738 met dauw,2919 haarlokken6977 met nachtdruppen.7447 3915 Ik heb mijn rok3801 uitgetogen,6584 8804 hoe349 zal ik hem weder aantrekken?3847 8799 Ik heb mijn voeten7272 gewassen,7364 8804 hoe349 zal ik ze weder bezoedelen?2936 8762 Mijn Liefste1730 trok7971 8804 hand3027 van4480 het gat2356 [der] [deur]; en mijn ingewand4578 werd ontroerd1993 8804 om . Ik stond op,6965 8804 om mijn Liefste1730 open te doen;6605 8800 en mijn handen3027 drupten5197 8804 [van] mirre,4753 en mijn vingers676 [van] vloeiende5674 8802 mirre,4753 op de handvaten3709 des slots.4514 Ik deed6605 mijn Liefste1730 open,6605 8804 maar mijn Liefste1730 was geweken,2559 8804 was doorgegaan;5674 8804 mijn ziel5315 ging uit3318 8804 vanwege spreken;1696 8763 ik zocht1245 8765 , maar ik vond4672 8804 niet, ik riep7121 8804 , doch antwoordde6030 8804 mij niet. De wachters,8104 8802 die in de stad5892 omgingen,5437 8802 vonden4672 8804 mij, zij sloegen5221 8689 mij, zij verwondden6481 8804 mij; de wachters8104 8802 op de muren2346 namen5375 8804 mijn sluier7289 van mij. Ik bezweer7650 8689 u, gij dochters1323 van !3389 indien gij mijn Liefste1730 vindt,4672 8799 wat zult gij aanzeggen?5046 8686 ik krank ben2470 8802 van liefde.160 Wat is uw Liefste1730 meer een [ander] liefste,1730 o gij schoonste3303 onder de vrouwen!802 wat is uw Liefste1730 meer een [ander] liefste,1730 dat gij ons zo3602 bezworen hebt!7650 8689 Mijn Liefste1730 is blank6703 en rood,122 draagt de banier1713 8803 boven tien duizend.7233 Zijn hoofd7218 is van het fijnste goud,3800 van het dichtste goud;6337 haarlokken6977 zijn gekruld,8534 zwart7838 als een raaf.6158 Zijn ogen5869 zijn als der duiven3123 bij de waterstromen,650 4325 met melk2461 gewassen,7364 8801 staande3427 8802 [als] in kasjes4402 [der] [ringen]. Zijn wangen3895 zijn als een bed6170 van specerijen,1314 [als] welriekende4840 torentjes;4026 lippen8193 zijn [als] lelien,7799 druppende5197 8802 van vloeiende5674 8802 mirre.4753 Zijn handen3027 zijn [als] gouden2091 ringen,1550 gevuld4390 8794 met turkoois;8658 buik4578 is als blinkend6247 elpenbeen,8127 overtogen5968 8794 met saffieren.5601 Zijn schenkelen7785 zijn [als] marmeren8336 pilaren,5982 gegrond3245 8794 op voeten134 van het dichtste goud;6337 gestalte4758 is als de ,3844 uitverkoren977 8803 als de cederen.730 Zijn gehemelte2441 is enkel zoetigheid,4477 en al wat aan is, is gans begeerlijk.4261 een is mijn ;1730 ja, zulk een is mijn ,7453 gij dochters1323 van !3389

Every verse in Song of Solomon 5

Chapter navigation

0:000:00