Song of Solomon 8:11

“Salomo8010 had een wijngaard,3754 te Baal-hamon;1174 hij gaf5414 8804 dezen wijngaard3754 aan de hoeders,5201 8802 een ieder376 bracht935 8686 voor deszelfs vrucht6529 duizend505 zilverlingen.3701”

Song of Solomon 8:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 14 in Song of Solomon chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Song of Solomon 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Och, dat5414 8799 mij als een Broeder251 waart, zuigende3243 8802 de borsten7699 mijner moeder!517 dat ik U op de straat2351 vond,4672 8799 ik zou U kussen,5401 8799 ook zouden zij mij niet verachten.936 8799 Ik zou U leiden,5090 8799 ik zou U brengen935 8686 in mijner moeders517 huis,1004 zoudt mij leren;3925 8762 ik zou U van specerijwijn7544 3196 te drinken geven,8248 8686 en van het sap6071 van mijn granaatappelen.7416 Zijn linkerhand8040 zij onder mijn hoofd,7218 en rechterhand3225 omhelze2263 8762 mij. Ik bezweer7650 8689 u, gij dochteren1323 van !3389 dat gij die liefde160 niet opwekt,5782 8686 noch wakker maakt,5782 8787 totdat het [dezelve] lust!2654 8799 Wie is zij, die daar opklimt5927 8802 uit de woestijn,4057 en liefelijk leunt7514 8693 op haar ?1730 den appelboom8598 heb ik u opgewekt,5782 8790 daar heeft u uw moeder517 met smart voortgebracht,2254 8765 daar heeft zij [u] met smart voortgebracht,2254 8765 [die] u gebaard heeft.3205 8804 Zet7760 8798 mij als een zegel2368 op Uw hart,3820 als een zegel2368 op Uw arm;2220 want de liefde160 is sterk5794 als de dood;4194 de ijver7068 is hard7186 als het graf;7585 haar kolen7565 zijn vurige784 kolen,7565 vlammen7957 des HEEREN. Vele7227 wateren4325 zouden deze liefde160 niet kunnen3201 8799 uitblussen;3518 8763 ja, de rivieren5104 zouden ze niet verdrinken;7857 8799 al gaf5414 8799 iemand376 al het goed1952 van zijn huis1004 voor deze liefde,160 men zou hem te enenmale936 8800 verachten.936 8799 Wij hebben een kleine6996 zuster,269 die nog geen borsten7699 heeft; wat zullen wij onze zuster269 doen6213 8799 in dien dag,3117 als men van haar spreken zal?1696 8792 Zo zij een muur2346 is, wij zullen een paleis2918 van zilver3701 op haar bouwen;1129 8799 en zo zij een deur1817 is, wij zullen haar rondom bezetten6696 8799 met cederen730 planken.3871 Ik ben een muur2346 en mijn borsten7699 zijn als torens.4026 was ik in ogen5869 als een, die vrede7965 vindt.4672 8802 Salomo8010 had een wijngaard,3754 te -hamon;1174 hij gaf5414 8804 dezen wijngaard3754 aan de hoeders,5201 8802 een ieder376 bracht935 8686 voor deszelfs vrucht6529 duizend505 zilverlingen.3701 Mijn wijngaard,3754 dien ik heb, is voor mijn aangezicht;6440 de duizend505 [zilverlingen] zijn voor u, o !8010 maar tweehonderd3967 zijn voor de hoeders5201 8802 van deszelfs vrucht.6529 O gij bewoonster3427 8802 der hoven!1588 de metgezellen2270 merken op7181 8688 uw stem;6963 doe ze horen.8085 8685 Kom haastelijk,1272 8798 mijn !1730 en wees gelijk1819 8798 een ree,6643 of gelijk een welp6082 der herten354 op de bergen2022 der specerijen.1314

Every verse in Song of Solomon 8

Chapter navigation

0:000:00