Zechariah 12:8
“Te dien1931 dage3117 zal de HEERE3068 de1157 inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 beschutten;1598 8686 en die, die onder hen struikelen zou,3782 8737 zal te dien1931 dage3117 zijn1961 8804 als David;1732 en het huis1004 Davids1732 zal zijn als goden;430 als de Engel4397 des HEEREN3068 voor hun aangezicht.6440”
Zechariah 12:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 14 in Zechariah chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Zechariah 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De last4853 van het woord1697 des HEEREN3068 over5921 .3478 De HEERE3068 spreekt,5002 8803 den hemel8064 uitbreidt,5186 8802 en de aarde776 grondvest,3245 8801 en des mensen120 geest7307 in zijn binnenste7130 formeert.3335 8802 Ziet,2009 Ik595 zal Jeruzalem3389 stellen7760 8802 [tot] een drinkschaal5592 der zwijmeling7478 allen3605 volken5971 rondom;5439 ja, ook1571 zal zij zijn over5921 ,3063 in de belegering4692 tegen5921 .3389 En het zal te dien1931 dage3117 geschieden,1961 8804 dat Ik Jeruzalem3389 stellen zal7760 8799 tot een lastigen4614 steen68 allen3605 volken;5971 allen,3605 die zich daarmede beladen,6006 8802 zullen gewisselijk8295 8800 doorsneden worden;8295 8735 en al3605 de volken1471 der aarde776 zullen zich tegen5921 haar verzamelen.622 8738 Te dien1931 dage,3117 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zal Ik alle3605 paarden5483 met schuwigheid8541 slaan,5221 8686 en hun ruiters7392 8802 met zinneloosheid;7697 maar over5921 het huis1004 van Juda3063 zal Ik ogen5869 openen,6491 8799 en alle3605 paarden5483 der volken5971 zal Ik met blindheid5788 slaan.5221 8686 zullen de leidslieden441 van Juda3063 in hun hart3820 zeggen:559 8804 De inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 zullen mij een sterkte556 zijn in den HEERE3068 der heirscharen,6635 hun God.430 Te dien1931 dage3117 zal Ik de leidslieden441 van Juda3063 stellen7760 8799 als een vurige784 haard3595 onder het hout,6086 en als een vurige784 fakkel3940 onder de schoven;5995 en zij zullen ter5921 rechter3225 [zijde] en ter5921 linkerzijde8040 alle3605 volken5971 rondom5439 verteren;398 8804 en Jeruzalem3389 zal nog5750 blijven3427 8804 in haar plaats8478 te .3389 En de HEERE3068 zal de tenten168 van Juda3063 ten voorste7223 behouden,3467 8689 opdat4616 de heerlijkheid8597 van het huis1004 ,1732 en de heerlijkheid8597 der inwoners3427 8802 van ,3389 zich niet3808 verheffe1431 8799 tegen5921 .3063 Te dien1931 dage3117 zal de HEERE3068 de1157 inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 beschutten;1598 8686 en die, die onder hen struikelen zou,3782 8737 zal te dien1931 dage3117 zijn1961 8804 als ;1732 en het huis1004 Davids1732 zal zijn als goden;430 als de Engel4397 des HEEREN3068 voor hun aangezicht.6440 En het zal te dien1931 dage3117 geschieden,1961 8804 dat Ik zal zoeken1245 8762 te verdelgen8045 8687 alle3605 heidenen,1471 die tegen5921 Jeruzalem3389 aankomen.935 8802 Doch over5921 het huis1004 ,1732 en over5921 de inwoners3427 8802 van ,3389 zal Ik uitstorten8210 8804 den Geest7307 der genade2580 en der gebeden;8469 en zij zullen Mij413 aanschouwen,5027 8689 Dien853 834 zij doorstoken hebben,1856 8804 en zij zullen over5921 rouwklagen,5594 8804 als [met] de rouwklage4553 over5921 een enigen3173 zoon; en zij zullen over5921 bitterlijk kermen,4843 8687 gelijk men bitterlijk kermt4843 8687 over5921 een eerstgeborene.1060 Te dien1931 dage3117 zal te Jeruzalem3389 de rouwklage4553 groot zijn,1431 8799 gelijk die rouwklage4553 van ,1910 in het dal1237 van .4023 En het land776 zal rouwklagen,5594 8804 elk geslacht4940 bijzonder;905 het geslacht4940 van het huis1004 Davids1732 bijzonder,905 en hunlieder vrouwen802 bijzonder;905 en het geslacht4940 van het huis1004 van 5416 bijzonder,905 en hun vrouwen802 bijzonder;905 Het geslacht4940 van het huis1004 van 3878 bijzonder,905 en hun vrouwen802 bijzonder;905 het geslacht4940 van Simei8097 bijzonder,905 en hun vrouwen802 bijzonder;905 Al3605 de overige7604 8737 geslachten,4940 elk geslacht4940 bijzonder,905 en hunlieder vrouwen802 bijzonder.905