Zechariah 13:3
“En het zal geschieden,1961 8804 wanneer3588 iemand376 meer5750 profeteert,5012 8735 dat zijn vader1 en zijn moeder,517 die hem gegenereerd hebben,3205 8802 tot413 hem zullen zeggen:559 8804 Gij zult niet3808 leven,2421 8799 dewijl3588 gij valsheid8267 gesproken hebt1696 8765 in den Naam8034 des HEEREN;3068 en zijn vader1 en zijn moeder,517 die hem gegenereerd hebben,3205 8802 zullen hem doorsteken,1856 8804 wanneer hij profeteert.5012 8736”
Zechariah 13:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 9 in Zechariah chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Zechariah 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Te dien1931 dage3117 zal er een Fontein4726 geopend6605 8737 zijn1961 8799 voor het huis1004 ,1732 en voor de inwoners3427 8802 van ,3389 tegen de zonde2403 en tegen de onreinigheid.5079 En het zal te dien1931 dage3117 geschieden,1961 8804 spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen,6635 dat Ik uitroeien zal3772 8686 uit4480 het land776 de namen8034 der afgoden,6091 dat zij niet3808 meer5750 gedacht zullen worden;2142 8735 ja, ook1571 de profeten,5030 en den onreinen2932 geest7307 zal Ik uit4480 het land776 wegdoen.5674 8686 En het zal geschieden,1961 8804 wanneer3588 iemand376 meer5750 profeteert,5012 8735 dat zijn vader1 en zijn moeder,517 die hem gegenereerd hebben,3205 8802 tot413 hem zullen zeggen:559 8804 zult niet3808 leven,2421 8799 dewijl3588 gij valsheid8267 gesproken hebt1696 8765 in den Naam8034 des HEEREN;3068 en zijn vader1 en zijn moeder,517 die hem gegenereerd hebben,3205 8802 zullen hem doorsteken,1856 8804 wanneer hij profeteert.5012 8736 En het zal geschieden1961 8804 te dien1931 dage,3117 dat die profeten5030 beschaamd zullen worden,954 8799 een iegelijk376 vanwege4480 zijn gezicht,2384 wanneer hij profeteert;5012 8736 en zij zullen geen3808 haren8181 mantel155 aandoen,3847 8799 om4616 te liegen.3584 8763 Maar hij zal zeggen:559 8804 Ik595 ben geen3808 profeet,5030 ik595 ben een man,376 die het land127 bouwt;5647 8802 want3588 een mens120 heeft mij [daartoe] geworven7069 8689 van4480 mijn jeugd5271 aan. En zo iemand tot413 hem zegt:559 8804 Wat4100 zijn deze428 wonden4347 in996 uw handen?3027 zo zal hij zeggen:559 8804 zijn [de] [wonden], waarmede834 ik geslagen ben,5221 8717 [in] het huis1004 mijner liefhebbers.157 8764 Zwaard!2719 ontwaak5782 8798 tegen5921 ,7462 8802 en tegen5921 den ,1397 Metgezel5997 is, spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen;6635 sla5221 8685 dien ,7462 8802 en de schapen6629 zullen verstrooid worden;6327 8799 maar Ik zal hand3027 tot5921 de kleinen6819 8802 wenden.7725 8689 En het zal geschieden1961 8804 in het ganse3605 land,776 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 de twee8147 delen6310 daarin zullen uitgeroeid worden,3772 8735 [en] den geest geven;1478 8799 maar het derde7992 deel zal daarin overblijven.3498 8735 En Ik zal dat derde deel7992 in het vuur784 brengen,935 8689 en Ik zal het louteren,6884 8804 gelijk men zilver3701 loutert,6884 8800 en Ik zal het beproeven,974 8804 gelijk men goud2091 beproeft;974 8800 het1931 zal Naam8034 aanroepen,7121 8799 en Ik589 zal het853 verhoren;6030 8799 Ik zal zeggen:559 8804 Het1931 is volk;5971 en het1931 zal zeggen:559 8799 De HEERE3068 is mijn God.430