1 Samuel 25:19

“En zij zeide559 8799 tot haar jongelingen:5288 Trekt heen5674 8798 voor mijn aangezicht;6440 ziet,2009 ik kom935 8802 achter310 ulieden; doch haar man376 Nabal5037 gaf zij5046 het niet3808 te kennen.5046 8689”

1 Samuel 25:19 — Statenvertaling (1637)

Verse 19 of 44 in 1 Samuel chapter 25 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 25 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En 8050 stierf;4191 8799 en gans3605 3478 vergaderde zich,6908 8735 en zij bedreven rouw5594 8799 over hem, en begroeven6912 8799 hem in zijn huis1004 te .7414 En 1732 maakte zich op,6965 8799 en toog af3381 8799 naar413 de woestijn4057 .6290 En er was een man376 te ,4584 en zijn bedrijf4639 was te ;3760 en die man376 was zeer3966 groot,1419 en hij had drie7969 duizend505 schapen,6629 en duizend505 geiten;5795 en hij was1961 8799 in het scheren1494 8800 zijner schapen6629 te .3760 En de naam8034 des mans376 was ,5037 en de naam8034 zijner huisvrouw802 was ;26 en de vrouw802 was goed2896 van verstand,7922 en schoon3303 van gedaante;8389 maar de man376 was hard7186 en boos7451 van daden,4611 en hij1931 was een .3614 Als 1732 hoorde8085 8799 in de woestijn,4057 dat3588 5037 zijn schapen6629 schoor,1494 8802 Zo zond7971 8799 1732 tien6235 jongelingen;5288 en 1732 zeide559 8799 tot de jongelingen:5288 op5927 8798 naar ,3760 en als gij tot413 5037 komt,935 8804 zo zult gij hem in mijn naam8034 naar den welstand7965 vragen;7592 8804 En zult alzo3541 zeggen559 8804 tot dien welvarende:2416 Vrede7965 zij u,859 en uw huize1004 zij vrede,7965 en alles,3605 wat834 gij hebt, zij vrede!7965 En nu,6258 ik heb gehoord,8085 8804 dat3588 gij scheerders1494 8802 hebt; nu,6258 de herders,7462 8802 die834 gij hebt, zijn bij5973 ons geweest;1961 8804 wij hebben hun geen3808 smaadheid aangedaan,3637 8689 en zij hebben ook niets3808 3972 gemist6485 8738 al3605 de dagen,3117 die zij te Karmel3760 geweest zijn.1961 8800 Vraag7592 8798 het uw jongelingen,5288 en zij zullen het u te kennen geven.5046 8686 deze jongelingen5288 genade2580 vinden4672 8799 in uw ogen,5869 want3588 wij zijn op5921 een goeden2896 dag3117 gekomen;935 8804 geef5414 8798 toch4994 uw knechten,5650 en uw zoon1121 ,1732 hetgeen834 uw hand3027 vinden zal.4672 8799 Toen de jongelingen5288 van 1732 gekomen waren,935 8799 en in Davids1732 naam8034 naar al3605 die428 woorden1697 tot413 5037 gesproken hadden,1696 8762 zo hielden zij stil.5117 8799 En 5037 antwoordde6030 8799 den knechten5650 van ,1732 en zeide:559 8799 Wie4310 is ,1732 en wie4310 is de zoon1121 van ?3448 Er zijn heden3117 vele7231 8804 knechten,5650 die zich afscheuren,6555 8693 elk376 van4480 6440 zijn heer.113 Zou ik mijn brood,3899 en mijn water,4325 en mijn geslacht2878 [vlees] nemen,3947 8804 dat834 ik voor mijn scheerders1494 8802 geslacht heb,2873 8804 en zou ik het den mannen582 geven,5414 8804 die834 ik niet3808 weet,3045 8804 van4480 2088 waar335 zij1992 zijn? Toen keerden zich2015 8799 de jongelingen5288 van 1732 naar hun weg;1870 en zij keerden weder,7725 8799 en kwamen,935 8799 en boodschapten5046 8686 hem achtervolgens al3605 deze428 woorden.1697 1732 zeide559 8799 tot zijn mannen:582 iegelijk376 gorde2296 8798 zijn zwaard2719 aan. Toen gordde2296 8799 een iegelijk376 zijn zwaard2719 aan, en 1732 gordde2296 8799 ook1571 zijn zwaard2719 aan; en zij togen op5927 8799 achter310 ,1732 omtrent vierhonderd702 3967 man,376 en daar bleven3427 8804 er tweehonderd3967 bij5921 het gereedschap.3627 Doch een259 jongeling5288 uit4480 de jongelingen5288 boodschapte5046 8689 het aan ,26 de huisvrouw802 van ,5037 zeggende:559 8800 ,2009 1732 heeft boden4397 gezonden7971 8804 uit4480 de woestijn,4057 om onzen heer113 te zegenen;1288 8763 maar hij is tegen hen uitgevaren.5860 8799 Nochtans zijn zij ons zeer3966 goede2896 mannen582 geweest; en wij hebben geen3808 smaadheid geleden,3637 8717 en wij hebben niets3808 3972 gemist6485 8804 al3605 de dagen,3117 [die] wij met854 hen verkeerd hebben,1980 8694 toen wij op het veld7704 waren. Zij zijn een muur2346 om5921 ons geweest,1961 8804 zo1571 bij nacht3915 als1571 bij dag,3119 al3605 de dagen,3117 die wij bij5973 hen geweest zijn,1961 8800 weidende7462 8802 de schapen.6629 Weet3045 8798 nu,6258 en zie,7200 8798 wat4100 gij doen zult;6213 8799 want3588 het kwaad7451 is ten volle3615 over413 onzen heer113 besloten,3615 8804 en over5921 zijn ganse3605 huis;1004 en hij1931 is een zoon1121 ,1100 dat4480 men hem413 niet mag aanspreken.1696 8763 Toen haastte zich4116 8762 ,26 en nam3947 8799 tweehonderd3967 broden,3899 en twee8147 lederzakken5035 wijns,3196 en vijf2568 toebereide6213 8803 schapen,6629 en vijf2568 maten5429 geroost koren,7039 en honderd3967 stukken rozijnen,6778 en tweehonderd3967 klompen1690 vijgen, en leide7760 8799 [die] op5921 ezelen.2543 En zij zeide559 8799 tot haar jongelingen:5288 heen5674 8798 voor mijn aangezicht;6440 ziet,2009 ik kom935 8802 achter310 ulieden; doch haar man376 5037 gaf zij5046 het niet3808 te kennen.5046 8689 Het geschiedde1961 8804 nu, toen zij1931 op5921 den ezel2543 reed,7392 8802 en dat zij afkwam3381 8802 in het verborgene5643 des bergs,2022 en ziet,2009 1732 en zijn mannen582 kwamen af3381 8802 haar tegemoet,7125 8800 en zij ontmoette6298 8799 hen.853 1732 nu had gezegd:559 8804 Trouwens389 ik heb te vergeefs8267 bewaard8104 8804 al3605 wat834 deze2088 in de woestijn4057 heeft, alzo dat er niets3808 3972 van4480 alles,3605 wat834 hij heeft, gemist is;6485 8738 en hij heeft mij kwaad7451 voor8478 goed2896 vergolden.7725 8686 Zo3541 doe6213 8799 God430 aan de vijanden341 8802 van ,1732 en zo3541 doe daartoe,3254 8686 indien518 ik van4480 allen,3605 die834 hij heeft, iets tot5704 morgen1242 216 overlaat,7604 8686 dat mannelijk is!8366 8688 7023 Toen nu 26 1732 zag,7200 8799 zo haastte zij zich,4116 8762 en kwam3381 van4480 5921 den ezel2543 af,3381 8799 en zij viel5307 8799 voor het aangezicht639 van 1732 op5921 haar aangezicht,6440 en zij boog zich7812 8691 ter aarde.776 En zij viel5307 8799 aan5921 zijn voeten7272 en zeide:559 8799 , mijn heer,113 mijn589 zij de misdaad,5771 en laat toch4994 uw dienstmaagd519 voor uw oren241 spreken,1696 8762 en hoor8085 8798 de woorden1697 uwer dienstmaagd.589 Mijn heer113 stelle7760 8799 toch4994 zijn hart3820 niet408 aan413 dezen2088 Belials1100 man,376 aan5921 ;5037 want3588 gelijk zijn naam8034 is, alzo3651 is hij;1931 zijn naam8034 is ,5037 en dwaasheid5039 is bij5973 hem; en ik,589 uw dienstmaagd,519 heb de jongelingen5288 van mijn heer113 niet3808 gezien,7200 8804 die834 gij gezonden hebt.7971 8804 En nu,6258 mijn heer!113 [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 en uw ziel5315 leeft,2416 het is de HEERE,3068 Die834 u verhinderd heeft4513 8804 van4480 te komen935 8800 met bloedstorting,1818 dat uw hand3027 u zou verlossen;3467 8687 en nu,6258 dat als 5037 worden1961 8799 uw vijanden,341 8802 en die tegen413 mijn heer113 kwaad7451 zoeken!1245 8764 En nu,6258 dit2063 is de zegen,1293 dien834 uw dienstmaagd8198 mijn heer113 toegebracht heeft,935 8689 dat hij gegeven worde5414 8738 den jongelingen,5288 die mijns heren113 voetstappen7272 nawandelen.1980 8693 Vergeef5375 8798 toch4994 aan uw dienstmaagd519 de overtreding,6588 want3588 de HEERE3068 zal zekerlijk6213 8800 mijn heer113 een bestendig539 8737 huis1004 maken,6213 8799 dewijl3588 mijn heer113 de oorlogen4421 des HEEREN3068 oorloogt,3898 8737 en geen3808 kwaad7451 bij u gevonden is4672 8735 van4480 uw dagen3117 af. Wanneer een mens120 opstaan zal6965 8799 om u te vervolgen,7291 8800 en om uw ziel5315 te zoeken,1245 8763 zo zal1961 de ziel5315 mijns heren113 ingebonden6887 8803 zijn1961 8804 in het bundeltje6872 der levenden2416 bij den HEERE,3068 uw God;430 maar de ziel5315 uwer vijanden341 8802 zal slingeren7049 8762 uit het midden8432 van de holligheid3709 des slingers.7050 En het zal geschieden,1961 8804 als3588 de HEERE3068 mijn heer113 naar al3605 het goede2896 doen zal,6213 8799 dat834 over5921 u gesproken heeft,1696 8765 en u gebieden zal6680 8765 een voorganger5057 te zijn over5921 ;3478 Zo zal1961 dit2063 u, mijn heer,113 niet3808 zijn1961 8799 tot wankeling,6330 noch aanstoot4383 des harten,3820 te weten, dat gij bloed1818 zonder oorzaak2600 zoudt vergoten hebben,8210 8800 en dat mijn heer113 zichzelven zou verlost hebben;3467 8687 en als de HEERE3068 mijn heer113 weldoen zal,3190 8689 zo zult gij uwer dienstmaagd519 gedenken.2142 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot :26 Gezegend1288 8803 zij de HEERE,3068 de God430 ,3478 Die834 u te dezen2088 dage3117 mij tegemoet7125 8800 gezonden heeft!7971 8804 En gezegend1288 8803 zij uw raad2940 en gezegend1288 8803 zijt gij,859 dat834 gij mij te dezen2088 dage3117 geweerd hebt,3607 8804 van4480 te komen935 8800 met bloedstorting,1818 dat mijn hand3027 mij verlost zou hebben!3467 8687 Want voorzeker,199 [het] [is] [zo] [waarachtig] [als] de HEERE,3068 de God430 ,3478 leeft,2416 Die834 mij verhinderd heeft,4513 8804 van4480 u853 kwaad te doen,7489 8687 dat,3588 ten ware3884 dat gij u gehaast hadt,4116 8765 en mij tegemoet7125 8800 gekomen waart,935 8799 zo518 5973 ware van 5037 niemand, die mannelijk is,8366 8688 7023 overgebleven3498 8738 tot5704 het morgenlicht!1242 216 Toen nam3947 8799 1732 uit4480 haar hand,3027 wat834 zij hem gebracht had;935 8689 en hij zeide559 8804 tot haar: Trek5927 met vrede7965 op5927 8798 naar uw huis;1004 zie,7200 8798 ik heb naar uw stem6963 gehoord,8085 8804 en heb uw aangezicht6440 aangenomen.5375 8799 Toen nu 26 tot413 5037 kwam,935 8799 ziet,2009 zo had hij een maaltijd4960 in zijn huis,1004 als eens konings4428 maaltijd;4960 en het hart3820 van 5037 was vrolijk2896 op5921 denzelven, en hij1931 was zeer5704 3966 dronken;7910 daarom gaf zij5046 hem niet3808 een woord,1697 klein6996 noch groot,1419 te kennen,5046 8689 tot5704 aan het morgenlicht.1242 216 Het geschiedde1961 8799 nu in den morgen,1242 toen de wijn3196 van4480 5037 gegaan was,3318 8800 zo gaf5046 hem zijn huisvrouw802 die428 woorden1697 te kennen.5046 8686 bestierf4191 8799 zijn hart3820 in het binnenste7130 van hem, en hij1931 werd1961 8804 als een steen.68 En het geschiedde1961 8799 omtrent [na] tien6235 dagen,3117 zo sloeg5062 8799 de HEERE3068 ,5037 dat hij stierf.4191 8799 Toen 1732 hoorde,8085 8799 dat3588 5037 dood was,4191 8804 zo zeide hij:559 8799 Gezegend1288 8803 zij de HEERE,3068 Die834 den twist7379 mijner smaadheid2781 getwist heeft7378 8804 van4480 de hand3027 van ,5037 en heeft zijn knecht5650 onthouden2820 8804 van het kwade,7451 en [dat] de HEERE3068 het kwaad7451 van 5037 op zijn hoofd7218 heeft doen wederkeren!7725 8689 En 1732 zond heen,7971 8799 en liet met 26 spreken,1696 8762 dat hij ze zich ter vrouwe802 nam.3947 8800 Als nu de knechten5650 van 1732 tot413 26 gekomen waren935 8799 te ,3760 zo spraken zij1696 8762 tot413 haar, zeggende:559 8800 1732 heeft ons tot413 u gezonden,7971 8804 dat hij zich u ter vrouwe802 neme.3947 8800 Toen stond zij op,6965 8799 en neigde zich7812 8691 met het aangezicht639 ter aarde,776 en zij zeide:559 8799 ,2009 uw dienstmaagd519 zij tot een dienares,8198 om de voeten7272 der knechten5650 mijns heren113 te wassen.7364 8800 26 nu haastte,4116 8762 en maakte zich op,6965 8799 en zij reed7392 8799 op5921 een ezel,2543 met haar vijf2568 jonge maagden,5291 die haar voetstappen7272 nawandelden;1980 8802 zij volgde3212 8799 de boden4397 van 1732 na,310 en zij werd1961 8799 hem ter huisvrouw.802 Ook nam3947 8804 1732 Ahinoam293 van4480 ;3157 alzo waren1961 8799 ook1571 die beiden8147 hem tot vrouwen.802 Want 7586 had zijn dochter1323 ,4324 de huisvrouw802 van ,1732 gegeven5414 8804 aan ,6406 den zoon1121 van ,3919 die834 van4480 Gallim1554 was.

Every verse in 1 Samuel 25

Chapter navigation

0:000:00