2 Kings 3:22

“En toen zij zich des morgens1242 vroeg opmaakten,7925 8686 en de zon8121 over5921 dat water4325 oprees,2224 8804 zagen7200 8799 de Moabieten4124 dat water4325 tegenover4480 5048 rood,122 gelijk bloed.1818”

2 Kings 3:22 — Statenvertaling (1637)

Verse 22 of 27 in 2 Kings chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Joram3088 nu, de zoon1121 van ,256 werd koning4427 8804 over5921 3478 te ,8111 in het achttiende8083 6240 jaar8141 van ,3092 den koning4428 van ,3063 en hij regeerde4427 8799 twaalf8147 6240 jaren.8141 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 doch7535 niet3808 gelijk zijn vader1 en gelijk zijn moeder;517 want hij deed5493 dat opgerichte beeld4676 van Baal1168 weg,5493 8686 hetwelk834 zijn vader1 gemaakt had.6213 8804 Evenwel7535 hing hij1692 de zonden2403 van ,3379 den zoon1121 van ,5028 aan,1692 8804 die834 3478 deed zondigen;2398 8689 hij week5493 daarvan4480 niet3808 af.5493 8804 Mesa4338 nu, de koning4428 der ,4124 was1961 8804 een veehandelaar,5349 en bracht op7725 8689 aan den koning4428 van 3478 honderd3967 duizend505 lammeren,3733 en honderd3967 duizend505 rammen352 met de wol.6785 Maar het geschiedde,1961 8799 als Achab256 gestorven was,4194 dat de koning4428 der Moabieten4124 van den koning4428 van 3478 afviel.6586 8799 Zo toog3318 8799 de koning4428 Joram3088 ter zelfder1931 tijd3117 uit4480 ,8111 en monsterde6485 8799 gans3605 .3478 En hij ging heen,3212 8799 en zond7971 8799 tot413 ,3092 den koning4428 van ,3063 zeggende:559 8800 De koning4428 der Moabieten4124 is van mij afgevallen,6586 8804 zult gij met854 mij trekken3212 8799 in den oorlog4421 tegen413 de ?4124 En hij zeide:559 8799 Ik zal opkomen;5927 8799 zo3644 zal ik zijn, gelijk3644 gij zijt, zo3644 mijn volk5971 als3644 uw volk,5971 zo3644 mijn paarden5483 als3644 uw paarden.5483 En hij zeide:559 8799 Door335 welken2088 weg1870 zullen wij optrekken?5927 8799 zeide:559 8799 den weg1870 der woestijn4057 van .123 Alzo toog3212 de koning4428 van 3478 heen,3212 8799 en de koning4428 van ,3063 en de koning4428 van ;123 en als zij zeven7651 dagreizen3117 1870 omgetogen waren,5437 8799 zo had1961 8804 het leger4264 en het vee,929 dat834 hen navolgde,7272 geen3808 water.4325 Toen zeide559 8799 de koning4428 van :3478 ,162 dat3588 de HEERE3068 deze428 drie7969 koningen4428 geroepen heeft,7121 8804 om die853 in der Moabieten4124 hand3027 te geven!5414 8800 En Josafat3092 zeide:559 8799 Is369 hier6311 geen369 profeet5030 des HEEREN,3068 dat wij door4480 hem854 den HEERE3068 mochten vragen?1875 8799 antwoordde6030 8799 een259 van4480 de knechten5650 des konings4428 van ,3478 en zeide:559 8799 Hier6311 is ,477 de zoon1121 van ,8202 die834 water4325 op5921 's452 handen3027 goot.3332 8804 En Josafat3092 zeide:559 8799 HEEREN3068 woord1697 is3426 bij854 hem. Zo togen3381 tot413 hem af3381 8799 de koning4428 van ,3478 en ,3092 en de koning4428 van .123 Maar Elisa477 zeide559 8799 tot413 den koning4428 van :3478 Wat4100 heb ik met u te doen? Ga heen3212 8798 tot413 de profeten5030 uws vaders,1 en tot413 de profeten5030 uwer moeder.517 de koning4428 van 3478 zeide559 8799 tot hem: Neen,408 want3588 de HEERE3068 heeft deze428 drie7969 koningen4428 geroepen,7121 8804 om die853 in der Moabieten4124 hand3027 te geven.5414 8800 En Elisa477 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 der heirscharen6635 leeft,2416 voor Wiens834 aangezicht6440 ik sta,5975 8804 zo3588 ik589 niet3884 het aangezicht6440 van ,3092 den koning4428 van ,3063 opnam,5375 8802 ik zou u413 niet518 aanschouwen,5027 8686 noch518 u aanzien!7200 8799 Nu ,6258 brengt3947 8798 mij een speelman.5059 8764 En het geschiedde,1961 8804 als de speelman5059 8764 op de snaren speelde,5059 8763 dat de hand3027 des HEEREN3068 op5921 hem kwam.1961 8799 En hij zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Maakt6213 8800 in dit2088 dal5158 vele1356 grachten.1356 Want3588 zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 zult geen3808 wind7307 zien,7200 8799 en gij zult geen3808 regen1653 zien;7200 8799 nochtans zal dit1931 dal5158 met water4325 vervuld worden,4390 8735 zodat gij859 zult drinken,8354 8804 gij en uw vee,4735 en uw beesten.929 Daartoe is dat2063 slecht7043 8738 in de ogen5869 des HEEREN,3068 zal ook de Moabieten4124 in ulieder hand3027 geven.5414 8804 En gij zult alle3605 vaste4013 steden,5892 en alle3605 uitgelezene4004 steden5892 slaan,5221 8689 en zult alle3605 goede2896 bomen6086 vellen,5307 8686 en zult alle3605 waterfonteinen4599 4325 stoppen;5640 8799 en alle3605 goede2896 stukken2513 lands zult gij met stenen68 verderven.3510 8686 En het geschiedde1961 8799 des morgens,1242 als men het spijsoffer4503 offert,5927 8800 dat er, ziet,2009 water4325 door4480 den weg1870 van 123 kwam,935 8802 en het land776 met water4325 vervuld werd.4390 8735 Toen nu al3605 de Moabieten4124 hoorden,8085 8804 dat3588 koningen4428 opgetogen waren,5927 8804 om tegen hen te strijden,3898 8736 zo werden zij samen geroepen,6817 8735 van4480 al3605 degenen af, die den gordel2290 aangordden2296 8802 en daarboven,4605 en zij stonden5975 8799 aan5921 de landpale.1366 En toen zij zich des morgens1242 vroeg opmaakten,7925 8686 en de zon8121 over5921 dat water4325 oprees,2224 8804 zagen7200 8799 de Moabieten4124 dat water4325 tegenover4480 5048 rood,122 gelijk bloed.1818 En zij zeiden:559 8799 Dit2088 is bloed;1818 de koningen4428 hebben voorzeker2717 8715 zich met het zwaard verdorven,2717 8738 en hebben de een376 den ander7453 verslagen;5221 8686 nu 6258 aan den buit,7998 gij !4124 Maar als zij aan413 het leger4264 van 3478 kwamen,935 8799 maakten zich6965 de Israelieten3478 op,6965 8799 en sloegen5221 8686 de ;4124 en zij vloden5127 8799 van4480 hun aangezicht;6440 ja, zij kwamen5221 8686 in [het] [land], slaande5221 8687 ook de .4124 De steden5892 nu braken zij af,2040 8799 en een iegelijk376 wierp7993 8686 zijn steen68 op alle3605 goede2896 stukken2513 lands, en zij vulden4390 8765 ze, en stopten5640 8799 alle3605 waterfonteinen,4599 4325 en velden5307 8686 alle3605 goede2896 bomen,6086 totdat5704 zij in -hareseth7025 [alleen] de stenen68 daarvan lieten overblijven;7604 8689 en de slingeraars7051 omsingelden5437 8799 en sloegen5221 8686 hen. Doch als de koning4428 der Moabieten4124 zag,7200 8799 dat3588 hem4480 de strijd4421 te sterk was,2388 8804 nam hij3947 8799 tot854 zich zevenhonderd7651 3967 mannen,376 die het zwaard2719 uittogen,8025 8802 om door te breken1234 8687 tegen413 den koning4428 van ;123 maar zij konden3201 8804 niet.3808 Toen nam hij3947 8799 zijn eerstgeboren1060 zoon,1121 die834 in zijn plaats8478 koning zou worden,4427 8799 en offerde5927 8686 hem ten brandoffer5930 op5921 den muur.2346 werd1961 8799 een zeer grote1419 toorn7110 in5921 ;3478 daarom trokken zij5265 van4480 5921 hem af,5265 8799 en keerden weder7725 8799 in [hun] land.776

Every verse in 2 Kings 3

Chapter navigation

0:000:00