2 Kings 8:5

“En het geschiedde,1961 8799 als hij1931 den koning4428 vertelde,5608 8764 hoe834 hij een dode4191 8801 had levend gemaakt,2421 8689 ziet,2009 zo riep6817 8802 de vrouw,802 welker834 zoon1121 hij levend gemaakt had,2421 8689 tot413 den koning,4428 om5921 haar huis1004 en om5921 haar akker.7704 Toen zeide559 8799 Gehazi:1522 Mijn heer113 koning!4428 Dit2063 is de vrouw,802 en dit2088 is haar zoon,1121 dien834 Elisa477 heeft levend gemaakt.2421 8689”

2 Kings 8:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 29 in 2 Kings chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Elisa477 nu had gesproken1696 8765 tot413 die vrouw,802 welker834 zoon1121 hij levend gemaakt had,2421 8689 zeggende:559 8800 u op,6965 8798 en ga heen,3212 8798 gij859 en uw huisgezin,1004 en verkeer als vreemdeling,1481 8798 waar834 gij verkeren kunt;1481 8799 want3588 de HEERE3068 heeft een honger7458 geroepen,7121 8804 die ook1571 in413 het land776 zeven7651 jaren8141 komen zal.935 8804 En de vrouw802 had zich opgemaakt,6965 8799 en had gedaan6213 8799 naar het woord1697 van den man376 ;430 want zij1931 was gegaan3212 8799 met haar huisgezin,1004 en had als vreemdeling verkeerd1481 8799 in het land776 der ,6430 zeven7651 jaren.8141 En het geschiedde1961 8799 met4480 het einde7097 der zeven7651 jaren,8141 dat de vrouw802 uit4480 het land776 der Filistijnen6430 wederkeerde;7725 8799 en zij ging uit,3318 8799 dat zij tot413 den koning4428 riep,6817 8800 om413 haar huis1004 en om413 haar akker.7704 De koning4428 nu sprak1696 8764 tot413 ,1522 den jongen5288 van den man376 ,430 zeggende:559 8800 Vertel5608 8761 mij toch4994 al3605 de grote dingen,1419 die834 Elisa477 gedaan heeft.6213 8804 En het geschiedde,1961 8799 als hij1931 den koning4428 vertelde,5608 8764 hoe834 hij een dode4191 8801 had levend gemaakt,2421 8689 ziet,2009 zo riep6817 8802 de vrouw,802 welker834 zoon1121 hij levend gemaakt had,2421 8689 tot413 den koning,4428 om5921 haar huis1004 en om5921 haar akker.7704 zeide559 8799 :1522 heer113 koning!4428 Dit2063 is de vrouw,802 en dit2088 is haar zoon,1121 dien834 Elisa477 heeft levend gemaakt.2421 8689 En de koning4428 ondervraagde7592 8799 de vrouw,802 en zij vertelde5608 8762 het hem. Toen gaf5414 8799 de koning4428 haar een259 kamerling,5631 zeggende:559 8800 [haar] wederhebben7725 8685 alles,3605 wat834 het hare was, daartoe alle3605 inkomsten8393 des akkers,7704 van4480 den dag3117 af, dat zij het land776 verlaten heeft,5800 8800 tot5704 nu6258 toe. Daarna kwam935 8799 Elisa477 te ,1834 als ,1130 de koning4428 van ,758 krank was;2470 8802 en men boodschapte5046 8714 hem, zeggende:559 8800 De man376 Gods430 is herwaarts5704 2008 gekomen.935 8804 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 :2371 Neem3947 8798 een geschenk4503 in uw hand,3027 en ga3212 8798 den man376 Gods430 tegemoet;7125 8800 en vraag1875 8804 door4480 hem854 den HEERE,3068 zeggende:559 8800 ik van4480 deze2088 krankheid2483 genezen?2421 8799 Zo ging3212 8799 Hazael2371 hem tegemoet,7125 8800 en nam3947 8799 een geschenk4503 in zijn hand,3027 te weten, alle3605 goed2898 van ,1834 een last4853 van veertig705 kemelen;1581 en hij kwam,935 8799 en stond5975 8799 voor zijn aangezicht,6440 en zeide:559 8799 Uw zoon1121 ,1130 de koning4428 van ,758 heeft mij tot413 u gezonden,7971 8804 om te zeggen:559 8800 ik van4480 deze2088 krankheid2483 genezen?2421 8799 En Elisa477 zeide559 8799 tot413 hem: Ga,3212 8798 zeg,559 8798 gij zult ganselijk2421 8800 niet3808 genezen;2421 8799 want de HEERE3068 heeft mij getoond,7200 8689 dat3588 hij den dood4191 8800 sterven zal.4191 8799 En hij hield5975 zijn gezicht6440 staande,5975 8686 en zette het vast7760 8799 tot5704 schamens954 8800 toe; en de man376 Gods430 weende.1058 8799 Toen zeide559 8799 :2371 Waarom4069 weent1058 8802 mijn heer?113 En hij zeide:559 8799 omdat3588 ik weet,3045 8804 wat834 kwaad7451 gij den kinderen1121 Israels3478 doen zult;6213 8799 gij zult hun sterkten4013 in het vuur784 zetten,7971 8762 en hun jonge manschap970 met het zwaard2719 doden,2026 8799 en hun jonge kinderen5768 verpletteren,7376 8762 en hun zwangere vrouwen2030 opensnijden.1234 8762 En Hazael2371 zeide:559 8799 Maar3588 wat4100 is uw knecht,5650 die een hond3611 is, dat3588 hij deze2088 grote1419 zaak1697 doen zou?6213 8799 En Elisa477 zeide:559 8799 De HEERE3068 heeft mij853 getoond,7200 8689 dat gij koning4428 zijn zult over5921 .758 Zo ging hij weg3212 8799 van4480 ,477 en kwam935 8799 tot413 zijn heer,113 die tot hem zeide:559 8799 Wat4100 heeft Elisa477 tot u gezegd?559 8804 En hij zeide:559 8799 heeft tot mij gezegd:559 8804 zult zekerlijk2421 8800 genezen.2421 8799 En het geschiedde1961 8799 des4480 anderen daags,4283 dat hij een deken4346 nam,3947 8799 en in het water4325 doopte,2881 8799 en over5921 zijn aangezicht6440 uitspreidde,6566 8799 dat hij stierf;4191 8799 en Hazael2371 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478 In het vijfde2568 jaar8141 nu van ,3141 den zoon1121 van ,256 den koning4428 van ,3478 toen Josafat3092 koning4428 was van ,3063 [begon] ,3088 de zoon1121 van ,3092 den koning4428 van ,3063 te regeren.4427 8804 Hij was1961 8804 twee8147 en dertig7970 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en hij regeerde4427 8804 acht8083 jaren8141 te .3389 En hij wandelde3212 8799 op den weg1870 der koningen4428 van ,3478 gelijk als834 het huis1004 van Achab256 deed;6213 8804 want3588 de dochter1323 van Achab256 was hem ter vrouw802 geworden;1961 8804 en hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN.3068 Doch de HEERE3068 wilde14 8804 Juda3063 niet3808 verderven,7843 8687 om4616 Davids1732 knechts5650 wil; gelijk als834 hem gezegd had,559 8804 dat hem te allen3605 tijde3117 voor zijn zonen1121 een 5216 zou geven.5414 8800 In zijn dagen3117 vielen6586 de Edomieten123 van4480 onder8478 het gebied3027 van Juda3063 af,6586 8804 en maakten4427 8686 een koning4428 over5921 zich. Daarom toog5674 8799 Joram3141 over naar ,6811 en al3605 de wagenen7393 met5973 hem; en hij1931 maakte zich1961 8799 6965 des nachts3915 op,6965 8804 en sloeg5221 8686 de ,123 die rondom5921 hem waren,5437 8802 daartoe de oversten8269 der wagenen;7393 en het volk5971 vlood5127 8799 in zijn hutten.168 De Edomieten123 evenwel vielen6586 van4480 onder8478 het gebied3027 van Juda3063 af,6586 8799 tot op5704 dezen2088 dag;3117 toen viel6586 Libna3841 af6586 8799 in denzelfden1931 tijd.6256 Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,3141 en alles3605 wat834 hij gedaan heeft,6213 8804 is dat1992 niet3808 geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der kronieken1697 3117 der koningen4428 van ?3063 En Joram3141 ontsliep7901 8799 met5973 zijn vaderen,1 en werd begraven6912 8735 bij5973 zijn vaderen,1 in de stad5892 ;1732 en ,274 zijn zoon,1121 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478 In het twaalfde8147 6240 jaar8141 8141 van ,3141 den zoon1121 van ,256 den koning4428 van ,3478 [begon] ,274 de zoon1121 van ,3088 den koning4428 van ,3063 te regeren.4427 8804 Twee8147 en twintig6242 jaren8141 was Ahazia274 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 een259 jaar8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,6271 de dochter1323 van ,6018 den koning4428 van .3478 En hij wandelde3212 8799 in den weg1870 van het huis1004 van ,256 en deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 gelijk het huis1004 van ;256 want hij1931 was een schoonzoon2860 van het huis1004 van .256 En hij toog3212 8799 met ,3141 den zoon1121 van ,256 naar den strijd,4421 te Ramoth7433 in ,1568 tegen5973 ,2371 den koning4428 van ;758 en de Syriers761 sloegen5221 8686 .3141 Toen keerde7725 ,3141 de koning,4428 wederom,7725 8799 opdat hij zich te Jizreel3157 helen liet7495 8692 van4480 de slagen,4347 die834 hem de Syriers761 te Rama7414 geslagen hadden,5221 8686 als hij streed3898 8736 tegen ,2371 den koning4428 van ;758 en ,274 de zoon1121 van ,3088 de koning4428 van ,3063 kwam af,3381 8804 om ,3141 den zoon1121 van ,256 te Jizreel3157 te bezien,7200 8800 want3588 hij1931 was krank.2470 8802

Every verse in 2 Kings 8

Chapter navigation

0:000:00