Exodus 10:21

“Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot Mozes:4872 Strek5186 8798 uw hand3027 uit naar den hemel,8064 en er zal duisternis2822 komen over Egypteland,776 4714 dat men de duisternis2822 tasten zal.4959 8686”

Exodus 10:21 — Statenvertaling (1637)

Verse 21 of 29 in Exodus chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Exodus 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Ga935 8798 in tot ;6547 want Ik heb zijn hart3820 verzwaard,3513 8689 ook het hart3820 zijner knechten,5650 opdat Ik deze tekenen226 in het midden7130 van hen zette;7896 8800 En opdat gij voor de oren241 uwer kinderen1121 en uwer kindskinderen1121 1121 moogt vertellen,5608 8762 wat Ik in Egypte4714 uitgericht heb,5953 8694 en tekenen,226 die Ik onder hen gesteld heb;7760 8804 opdat gijlieden weet,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Zo gingen935 8799 Mozes4872 en 175 tot ,6547 en zeiden559 8799 tot hem: Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der :5680 lang4970 weigert gij3985 8765 u voor aangezicht6440 te verootmoedigen?6031 8736 volk5971 trekken,7971 8761 dat zij dienen.5647 8799 Want3588 indien gij weigert3986 volk5971 te laten trekken,7971 8763 zie, zo zal Ik morgen4279 sprinkhanen697 in uw landpale1366 brengen.935 8688 En zij zullen het gezicht5869 des lands776 bedekken,3680 8765 alzo dat men de aarde776 niet zal kunnen3201 8799 zien;7200 8800 en zij zullen afeten398 8804 het overige3499 van hetgeen ontkomen is,6413 hetgeen ulieden overgebleven was7604 8737 van den hagel;1259 zij zullen ook al het geboomte6086 afeten,398 8804 dat ulieden uit het veld7704 voortkomt.6779 8802 En zij zullen vervullen4390 8804 uw huizen,1004 en de huizen1004 van al uw knechten,5650 en de huizen1004 van alle ;4714 dewelke uw vaders,1 noch de vaderen1 uwer vaders1 gezien hebben,7200 8804 van dien dag3117 af, dat zij op den aardbodem127 geweest zijn, tot op dezen dag.3117 En hij keerde zich om,6437 8799 en ging uit3318 8799 van .6547 En de knechten5650 van Farao6547 zeiden559 8799 tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik4170 zijn, laat de mannen582 trekken,7971 8761 dat zij den HEERE3068 hun God430 dienen!5647 8799 weet gij3045 8799 nog niet,2962 dat Egypte4714 verloren is?6 8804 Toen werden Mozes4872 en 175 weder7725 tot Farao6547 gebracht,7725 8714 en hij zeide559 8799 tot hen: Gaat henen,3212 8798 dient5647 8798 den HEERE,3068 uw God!430 wie en wie zijn zij, die gaan zullen?1980 8802 En Mozes4872 zeide:559 8799 zullen gaan3212 8799 met onze jonge5288 en met onze oude2205 lieden; met onze zonen1121 en met onze dochteren,1323 met onze schapen6629 en met onze runderen1241 zullen wij gaan;3212 8799 want wij hebben een feest2282 des HEEREN.3068 Toen zeide hij559 8799 tot hen: De HEERE3068 zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen2945 zal trekken laten:7971 8762 ziet toe,7200 8798 want er is kwaad7451 voor ulieder aangezicht!6440 Niet alzo gij, mannen,1397 gaat nu heen,3212 8798 en dient5647 8798 den HEERE;3068 want dat hebt gijlieden verzocht!1245 8764 En men dreef hen uit1644 8762 van 's6547 aangezicht.6440 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Strek5186 8798 uw hand3027 uit over ,776 4714 om de sprinkhanen,697 dat zij opkomen5927 8799 over ,776 4714 en al het kruid6212 des lands776 opeten,398 8799 al wat de hagel1259 heeft over gelaten.7604 8689 Toen strekte5186 8799 Mozes4872 zijn staf4294 over ,776 4714 en de HEERE3068 bracht5090 8765 een oostenwind6921 7307 in dat land,776 dien gehele dag3117 en dien gansen nacht;3915 het geschiedde des morgens,1242 dat de oostenwind6921 7307 de sprinkhanen697 opbracht.5375 8804 En de sprinkhanen697 kwamen op5927 8799 over het ganse ,776 4714 en lieten zich neder5117 8799 aan al de palen1366 der ,4714 zeer3966 zwaar;3515 voor6440 dezen zijn dergelijke3651 sprinkhanen,697 als deze, nooit geweest, en na310 dezen zullen er zulke niet wezen; Want zij bedekten3680 8762 het gezicht5869 des gansen lands,776 alzo dat het land776 verduisterd werd;2821 8799 en zij aten398 8799 al het kruid6212 des lands776 op, en al de vruchten6529 der bomen,6086 die de hagel1259 had over gelaten;3498 8689 en er bleef3498 8738 niets groens3418 aan de bomen,6086 noch aan de kruiden6212 des velds,7704 in het ganse .776 4714 Toen haastte4116 8762 ,6547 om Mozes4872 en 175 te roepen,7121 8800 en zeide:559 8799 Ik heb gezondigd2398 8804 tegen den HEERE,3068 uw God,430 en tegen ulieden. En nu vergeeft5375 8798 mij toch mijn zonde2403 alleen ditmaal,6471 en bidt vuriglijk6279 8685 tot den HEERE,3068 uw God,430 dat slechts dezen dood4194 van mij wegneme.5493 8686 En hij ging uit3318 8799 van ,6547 en bad vuriglijk6279 8799 tot den HEERE.3068 Toen keerde2015 8799 de HEERE3068 een zeer3966 sterken2389 westenwind,3220 7307 die hief5375 8799 de sprinkhanen697 op, en wierp8628 8799 ze in de ;5488 3220 er bleef7604 8738 niet een259 sprinkhaan697 over in al de landpalen1366 van .4714 Doch de HEERE3068 verstokte2388 8762 's6547 hart,3820 dat hij de kinderen1121 Israels3478 niet liet trekken.7971 8765 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Strek5186 8798 uw hand3027 uit naar den hemel,8064 en er zal duisternis2822 komen over ,776 4714 dat men de duisternis2822 tasten zal.4959 8686 Als Mozes4872 zijn hand3027 uitstrekte5186 8799 naar den hemel,8064 werd er een dikke653 duisternis2822 in het ganse ,776 4714 drie7969 dagen.3117 Zij zagen7200 8804 de een376 den ander251 niet; er stond6965 8804 ook niemand376 op van zijn plaats, in drie7969 dagen;3117 maar bij al de kinderen1121 Israels3478 was het licht216 in hun woningen.4186 Toen riep7121 8799 Farao6547 ,4872 en zeide:559 8799 heen,3212 8798 dient5647 8798 den HEERE!3068 alleen uw schapen6629 en uw runderen1241 zullen vast blijven;3322 8714 ook zullen uw kinderkens2945 met u gaan.3212 8799 Doch Mozes4872 zeide:559 8799 zult gij slachtofferen2077 en brandofferen5930 in onze handen3027 geven,5414 8799 die wij den HEERE,3068 onzen God,430 doen mogen;6213 8804 En ons vee4735 zal ook met ons gaan,3212 8799 er zal niet een klauw6541 achterblijven;7604 8735 want van hetzelve zullen wij nemen,3947 8799 om den HEERE,3068 onzen God,430 te dienen;5647 8800 want wij weten3045 8799 niet, waarmede wij den HEERE,3068 onzen God, dienen zullen,5647 8799 totdat wij daar komen.935 8800 Doch de HEERE3068 verhardde2388 8762 's6547 hart;3820 en hij wilde14 8804 hen niet laten trekken.7971 8763 Maar Farao6547 zeide559 8799 tot hem: Ga3212 8798 van mij! wacht u,8104 8734 dat gij niet meer3254 8686 mijn aangezicht6440 ziet;7200 8800 want op welken dag3117 gij mijn aangezicht6440 zult zien,7200 8800 zult gij sterven!4191 8799 Mozes4872 nu zeide:559 8799 hebt recht3651 gesproken;1696 8765 ik zal niet meer3254 8686 uw aangezicht6440 zien!7200 8800

Every verse in Exodus 10

Chapter navigation

0:000:00