Exodus 8:19

“Toen zeiden559 8799 de tovenaars2748 tot Farao:6547 Dit is Gods430 vinger!676 Doch Farao's6547 hart3820 verstijfde,2388 8799 zodat hij naar hen niet hoorde,8085 8804 gelijk de HEERE3068 gesproken had.1696 8765”

Exodus 8:19 — Statenvertaling (1637)

Verse 19 of 32 in Exodus chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Exodus 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Ga935 8798 in tot ,6547 en zeg559 8804 tot hem: Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 volk5971 trekken,7971 8761 dat zij dienen.5647 8799 En indien gij het weigert3986 te laten trekken,7971 8763 zie, zo zal ik uw ganse landpale1366 met vorsen6854 slaan;5062 8802 Dat de rivier2975 van vorsen6854 zal krielen,8317 8804 die zullen opkomen,5927 8804 en in uw huis1004 komen,935 8804 en in uw slaapkamer,2315 4904 ja, op uw bed;4296 ook in de huizen1004 uwer knechten,5650 en op uw volk,5971 en in uw bakovens,8574 en in uw baktroggen.4863 En de vorsen6854 zullen opkomen,5927 8799 op u, en op uw volk,5971 en op al uw knechten.5650 Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Zeg559 8798 tot :175 Strek5186 8798 uw hand3027 uit met uw staf,4294 over de stromen,5104 en over de rivieren,2975 en over de poelen;98 en doe vorsen6854 opkomen5927 8685 over .776 4714 En 175 strekte5186 8799 zijn hand3027 uit over de wateren4325 van ,4714 en er kwamen5927 8799 vorsen6854 op en bedekten3680 8762 .776 4714 Toen deden6213 8799 de tovenaars2748 ook alzo, met hun bezweringen;3909 en zij deden vorsen6854 over Egypteland776 4714 opkomen.5927 8686 En Farao6547 riep7121 8799 Mozes4872 en ,175 en zeide:559 8799 vuriglijk6279 8685 tot den HEERE,3068 dat de vorsen6854 van mij en van mijn volk5971 wegneme;5493 8686 zo zal ik het volk5971 trekken laten,7971 8762 dat zij den HEERE3068 offeren.2076 8799 Doch Mozes4872 zeide559 8799 tot :6547 de eer6286 8690 boven mij! Tegen wanneer4970 zal ik voor u, en voor uw knechten,5650 en voor uw volk,5971 vuriglijk bidden,6279 8686 om deze vorsen6854 van u en van uw huizen1004 te verdelgen,3772 8687 dat zij alleen in de rivier2975 overblijven?7604 8735 Hij zeide:559 8799 morgen.4279 En hij zeide:559 8799 zij naar uw woord,1697 opdat gij weet,3045 8799 dat er niemand is, gelijk de HEERE,3068 onze God.430 Zo zullen de vorsen6854 van u, en van uw huizen,1004 en van uw knechten,5650 en van uw volk5971 wijken;5493 8804 zij zullen alleen in de rivier2975 overblijven.7604 8735 Toen ging3318 8799 Mozes4872 en 175 uit van ;6547 en Mozes4872 riep6817 8799 tot den HEERE,3068 ter oorzake1697 der vorsen,6854 die Farao6547 had opgelegd.7760 8804 En de HEERE3068 deed6213 8799 naar het woord1697 van ;4872 en de vorsen6854 stierven,4191 8799 uit de huizen,1004 uit de voorzalen,2691 en uit de velden.7704 En zij vergaderden6651 8799 ze samen bij hopen,2563 en het land776 stonk.887 8799 Toen nu Farao6547 zag,7200 8799 dat er verademing7309 was, verzwaarde hij3513 8687 zijn hart,3820 dat hij naar hen niet hoorde,8085 8804 gelijk als de HEERE3068 gesproken had.1696 8765 Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Zeg559 8798 tot :175 Strek5186 8798 uw staf4294 uit, en sla5221 8685 het stof6083 der aarde,776 dat het tot luizen3654 worde, in het ganse .776 4714 En zij deden6213 8799 alzo; want 175 strekte5186 8799 zijn hand3027 uit met zijn staf,4294 en sloeg5221 8686 het stof6083 der aarde,776 en er werden vele luizen3654 aan de mensen,120 en aan het vee;929 al het stof6083 der aarde776 werd luizen,3654 in het ganse .776 4714 De tovenaars2748 deden6213 8799 ook alzo met hun bezweringen,3909 opdat zij luizen3654 voortbrachten;3318 8687 doch zij konden3201 8804 niet; zo waren de luizen3654 aan de mensen,120 en aan het vee.929 Toen zeiden559 8799 de tovenaars2748 tot :6547 is Gods430 vinger!676 's6547 hart3820 verstijfde,2388 8799 zodat hij naar hen niet hoorde,8085 8804 gelijk de HEERE3068 gesproken had.1696 8765 Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 u7925 morgen1242 vroeg op,7925 8685 en stel u3320 8690 voor 's6547 aangezicht;6440 zie, hij zal aan het water4325 uitgaan,3318 8802 en zeg559 8804 tot hem: Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 volk5971 trekken,7971 8761 dat zij dienen;5647 8799 Want zo gij volk5971 niet laat trekken,7971 8764 zie, zo zal Ik een vermenging6157 van ongedierte zenden7971 8688 op u, en op uw knechten,5650 en op uw volk,5971 en in uw huizen;1004 alzo dat de huizen1004 der Egyptenaren4714 met deze vermenging6157 zullen vervuld worden,4390 8804 en ook het aardrijk,127 waarop zij zijn. En Ik zal te dien dage3117 het land776 ,1657 waarin volk5971 woont,5975 8802 afzonderen,6395 8689 dat daar geen1115 vermenging6157 van ongedierte zij,1961 8800 opdat4616 gij weet,3045 8799 dat Ik, de HEERE,3068 in het midden7130 dezes lands776 ben. En Ik zal een verlossing6304 zetten7760 8804 tussen volk5971 en tussen uw volk;5971 tegen morgen4279 zal dit teken226 geschieden! En de HEERE3068 deed6213 8799 alzo; en er kwam935 8799 een zware3515 vermenging6157 van ongedierte in het huis1004 van ,6547 en in de huizen1004 van zijn knechten,5650 en over het ganse ;776 4714 het land776 werd verdorven7843 8735 van6440 deze vermenging.6157 Toen riep7121 8799 Farao6547 413 Mozes4872 en ,175 en zeide:559 8799 heen,3212 8798 en offert2076 8798 uwen God430 in dit land.776 Mozes4872 zeide:559 8799 is niet recht,3559 8737 dat men alzo doe;6213 8800 want2005 wij zouden der Egyptenaren4714 gruwel8441 den HEERE,3068 onzen God,430 mogen offeren;2076 8799 zie, indien wij der Egyptenaren4714 gruwel8441 voor hun ogen5869 offerden,2076 8799 zouden zij ons niet stenigen?5619 8799 Laat ons den weg1870 van drie7969 dagen3117 in de woestijn4057 gaan,3212 8799 dat wij den HEERE3068 onzen God430 offeren,2076 8804 gelijk tot ons zeggen zal.559 8799 Toen zeide559 8799 :6547 Ik zal u trekken laten,7971 8762 dat gijlieden den HEERE,3068 uwen God,430 offert2076 8804 in de woestijn;4057 alleen, dat gijlieden in het gaan geenszins7368 8687 te verre7368 8686 trekt!3212 8800 vuriglijk6279 8685 voor mij.1157 Mozes4872 nu zeide:559 8799 , ik ga3318 8802 van u, en zal tot den HEERE3068 vuriglijk bidden,6279 8689 dat deze vermenging6157 van ongedierte van ,6547 van zijn knechten,5650 en van zijn volk5971 morgen4279 wegwijke!5493 8804 ,7535 dat Farao6547 niet meer3254 8686 bedriegelijk handele,2048 8763 dit volk5971 niet1115 latende gaan,7971 8763 om den HEERE3068 te offeren.2076 8800 Toen ging3318 8799 Mozes4872 uit van ,6547 en bad vuriglijk6279 8799 tot den HEERE.3068 En de HEERE3068 deed6213 8799 naar het woord1697 van ,4872 en de vermenging6157 van ongedierte week5493 8686 van ,6547 van zijn knechten,5650 en van zijn volk;5971 er bleef7604 8738 niet een259 over. Doch Farao6547 verzwaarde3513 8686 zijn hart3820 ook op ditmaal,6471 en hij liet het volk5971 niet trekken.7971 8765

Every verse in Exodus 8

Chapter navigation

0:000:00