Hosea 9:15

“Al hun boosheid is te Gilgal, want daar heb Ik ze gehaat, om de boosheid van hun handelingen; Ik zal ze uit Mijn huis uitdrijven, Ik zal ze voortaan niet meer liefhebben; al hun vorsten zijn afvalligen.”

Hosea 9:15 — Statenvertaling (1637)

Verse 15 of 17 in Hosea chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Hosea 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Verblijd u niet, o ! tot opspringens toe, gelijk de volken; want gij hoereert van uw God af; gij hebt hoerenloon lief, op alle dorsvloeren des korens. De [dors] vloer en de wijnkuip zal henlieden niet voeden; en de most zal hun liegen. Zij zullen in des HEEREN land niet blijven; maar zal weder tot keren, en zij zullen in het onreine eten. Zij zullen den HEERE geen drankofferen doen van wijn, ook zouden zij niet zoet zijn, hun offeranden zouden hun zijn als treurbrood; allen, die dat zouden eten, zouden onrein worden; want hun brood zal voor hun ziel zijn, het zal in des HEEREN huis niet komen. Wat zult gijlieden [] doen op een gezetten hoogtijdsdag, en op een feestdag des HEEREN? Want ziet, zij gaan daarhenen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn. De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot. De wachter van is met mijn God, [maar] de profeet is een vogelvangersstrik, op al zijn wegen, een haat in het huis zijns . Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van ; Hij zal hunner ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken. Ik vond als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; [maar] zij gingen in [tot] -peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij. Aangaande , hunlieder heerlijkheid zal wegvlieden als een vogel; van de geboorte, en van [moeders] buik, en van de ontvangenis af. Ofschoon zij hun kinderen mochten groot maken, Ik zal er hen toch van beroven, dat zij onder de mensen niet zullen zijn; want ook, wee hun, als Ik van hen zal geweken zijn! Efraim is, gelijk als Ik aanzag, die geplant is in een liefelijke woonplaats; maar zal zijn kinderen moeten uitbrengen tot den doodslager. Geef hun, HEERE! Wat zult geven? Geef hun een misdragende baarmoeder, en uitdrogende borsten. Al hun boosheid is te , want daar heb Ik ze gehaat, om de boosheid van hun handelingen; Ik zal ze uit huis uitdrijven, Ik zal ze voortaan niet meer liefhebben; al hun vorsten zijn afvalligen. Efraim is geslagen, hunlieder wortel is verdord, zij zullen geen vrucht voortbrengen; ja, ofschoon zij genereerden, zo zal Ik toch de gewenste [vruchten] van hun buik doden. Mijn God zal ze verwerpen, omdat zij naar niet horen; en zij zullen omzwervende zijn onder de heidenen.

Every verse in Hosea 9

Chapter navigation

0:000:00