Isaiah 10:11
“Gelijk als ik gedaan heb6213 8804 aan Samaria8111 en aan haar afgoden,457 zou ik alzo niet kunnen doen6213 8799 aan Jeruzalem3389 en aan haar afgoden?6091”
Isaiah 10:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 34 in Isaiah chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wee1945 dengenen, die ongerechte205 inzettingen2711 inzetten,2710 8802 en den schrijvers,3789 8764 die moeite5999 voorschrijven;3789 8765 Om de armen1800 van het recht1779 af te wenden,5186 8687 en om het recht4941 der ellendigen6041 volks5971 te roven,1497 8800 opdat de weduwen490 hun buit7998 worden, en opdat zij de wezen3490 mogen plunderen!962 8799 Maar wat zult gijlieden doen6213 8799 ten dage3117 der bezoeking,6486 en der verwoesting,7722 [die] van verre4801 komen zal?935 8799 wien zult gij vlieden5127 8799 om hulp,5833 en waar zult gij uw heerlijkheid3519 laten?5800 8799 Dat elkeen zich niet1115 zou buigen3766 8804 onder de gevangenen,616 en vallen5307 8799 onder de gedoden?2026 8803 Om dit alles keert7725 toorn639 zich niet af,7725 8804 maar hand3027 is nog uitgestrekt.5186 8803 Wee1945 den ,804 [die] de roede7626 toorns639 is, en grimmigheid2195 is een stok4294 in hun hand!3027 Ik zal hem zenden7971 8762 tegen een huichelachtig2611 volk,1471 en Ik zal hem bevel geven6680 8762 tegen het volk5971 verbolgenheid;5678 opdat hij den roof7998 rove,7997 8800 en plundere962 8800 de plundering,957 en stelle7760 8800 het ter vertreding,4823 gelijk het slijk2563 der straten.2351 Hoewel hij het zo niet meent,1819 8762 en zijn hart3824 alzo niet denkt,2803 8799 maar hij zal in zijn hart3824 hebben te verdelgen,8045 8687 en uit te roeien3772 8687 niet weinige4592 volken.1471 Want hij zegt:559 8799 niet mijn vorsten8269 al te zamen3162 koningen?4428 Is niet Kalno3641 gelijk ?3751 Is 2574 niet gelijk ?774 Is niet 8111 gelijk ?1834 Gelijk als mijn hand3027 gevonden heeft4672 8804 de koninkrijken4467 der afgoden,457 ofschoon hun gesneden beelden6456 beter zijn, [die] van ,3389 en [die] van ;8111 Gelijk als ik gedaan heb6213 8804 aan 8111 en aan haar afgoden,457 zou ik alzo niet kunnen doen6213 8799 aan Jeruzalem3389 en aan haar afgoden?6091 Want het zal geschieden, als de HEERE136 een einde zal gemaakt hebben1214 8762 van al werk4639 op den berg2022 Sion6726 en te ,3389 zal Ik te huis zoeken6485 8799 de vrucht6529 van de grootsheid1433 des harten3824 van den koning4428 van ,804 en de pracht8597 van de hoogheid7312 zijner ogen.5869 Omdat hij gezegd heeft:559 8804 de kracht3581 mijner hand3027 heb ik het gedaan,6213 8804 en door mijn wijsheid,2451 want ik ben verstandig;995 8738 en ik heb de landpalen1367 der volken5971 weggenomen,5493 8686 en heb hun voorraad6259 8675 6264 geroofd,8154 8782 en heb als een geweldige47 3524 de inwoners3427 8802 doen nederdalen;3381 8686 En mijn hand3027 heeft gevonden4672 8799 het vermogen2428 der volken,5971 als een nest,7064 en ik heb het ganse aardrijk776 samengeraapt,622 8804 gelijk men de eieren1000 die verlaten zijn,5800 8803 samenraapt;622 8800 en er is niemand geweest, die een vleugel3671 verroerde,5074 8802 of den bek6310 opendeed,6475 8802 of piepte.6850 8772 Zal een bijl1631 zich beroemen6286 8691 tegen dien, die daarmede houwt?2672 8802 een zaag4883 pochen1431 8691 tegen dien, die ze trekt?5130 8688 een staf7626 bewoog5130 8687 degenen, die hem opheffen?7311 8688 men een stok4294 opheft,7311 8687 is het geen hout?6086 Daarom zal de Heere113 HEERE136 8676 3068 der heirscharen6635 onder zijn vetten4924 een magerheid7332 zenden;7971 8762 en onder zijn heerlijkheid3519 zal een brand3350 doen branden,3344 8799 als den brand des vuurs.784 Want het Licht216 van 3478 zal tot een vuur784 zijn, en zijn Heilige6918 tot een vlam,3852 welke in brand steken1197 8804 en verteren zal398 8804 zijn doornen7898 en zijn distelen,8068 op een259 dag.3117 Ook zal verteren3615 8762 de heerlijkheid3519 zijns wouds3293 en zijns vruchtbaren velds;3759 van de ziel5315 af, tot het vlees1320 toe; en hij zal zijn, gelijk als wanneer een vaandrager5263 8802 versmelt.4549 8800 En de overgebleven7605 bomen6086 zijns wouds3293 zullen weinig in getal4557 zijn, ja, een jongen5288 zou ze opschrijven.3789 8799 En het zal geschieden te dien dage,3117 dat het overblijfsel7605 van ,3478 en de ontkomenen6413 van het huis1004 Jakobs3290 niet meer3254 8686 steunen zullen8172 8736 op dien, die ze geslagen heeft;5221 8688 maar zij zullen steunen8172 8738 op den HEERE,3068 den Heilige6918 ,3478 oprechtelijk.571 Het overblijfsel7605 zal wederkeren,7725 8799 het overblijfsel7605 van ,3290 tot den sterken1368 God!410 Want ofschoon uw volk,5971 o !3478 is gelijk het zand2344 der zee,3220 zo zal [toch] [maar] het overblijfsel7605 daarvan wederkeren;7725 8799 de verdelging3631 is vastelijk besloten,2782 8803 overvloeiende7857 8802 met gerechtigheid.6666 Want een verdelging,3617 die vastelijk besloten is,2782 8737 zal de Heere136 HEERE3069 der heirscharen6635 doen6213 8802 in het midden7130 dezes gansen lands.776 Daarom zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 der heirscharen6635 alzo: Vreest3372 8799 niet, gij volk,5971 dat te Sion6726 woont!3427 8802 voor ,804 als hij u met de roede7626 zal slaan,5221 8686 en hij zijn staf4294 tegen u zal opheffen,5375 8799 naar de wijze1870 der ;4714 Want nog een klein4213 weinig,4592 zo zal volbracht worden3615 8804 de gramschap,2195 en toorn639 tot hun vernieling.8399 Want de HEERE3068 der heirscharen6635 zal tegen hem een gesel7752 verwekken,5782 8790 gelijk de slachting4347 van 4080 was aan de rots6697 van ;6159 en [gelijk] staf4294 over de zee3220 was, denwelken verheffen zal,5375 8804 naar de wijze1870 der .4714 En het zal geschieden ten zelfden dage,3117 dat zijn last5448 zal afwijken5493 8799 van uw schouder,7926 en zijn juk5923 van uw hals;6677 en het juk5923 zal verdorven worden,2254 8795 om6440 des Gezalfden8081 wil. Hij komt935 8804 te ,5857 hij trekt5674 8804 door ;4051 te Michmas4363 legt hij6485 zijn gereedschap3627 af.6485 8686 Zij trekken5674 8804 door den doorgang,4569 te Geba1387 houden zij hun vernachting;4411 Rama7414 beeft,2729 8804 Gibea1390 Sauls7586 vlucht.5127 8804 Roep luide6670 8761 met uw stem,6963 gij dochter1323 van1530 !1554 laat ze horen7181 8685 tot Lais3919 toe, o ellendige6041 !6068 Madmena4088 vliedt weg,5074 8804 de inwoners3427 8802 van Gebim1374 vluchten5756 8689 met hopen. Nog een dag3117 blijft hij5975 8800 te ;5011 hij zal er zijn hand3027 bewegen5130 8787 [tegen] den berg2022 der dochter1323 8675 1004 van ,6726 den heuvel1389 van .3389 [] ziet, de Heere113 HEERE3068 der heirscharen6635 zal met geweld4637 de takken6288 afkappen,5586 8764 en die hoog7311 8802 van gestalte6967 zijn, zullen nedergehouwen worden;1438 8803 en de verhevenen1364 zullen vernederd worden.8213 8799 En zal met ijzer1270 de verwarde struiken5442 des wouds3293 omhouwen;5362 8765 en de Libanon3844 zal vallen5307 8799 door den .117