Joshua 10:19

“Maar staat5975 gijlieden859 niet408 stil,5975 8799 jaagt7291 8798 uw vijanden341 8802 achterna,310 en slaat2179 8765 hen853 in den staart;5414 8799 laat hen in413 hun steden5892 niet408 komen;935 8800 want3588 de HEERE,3068 uw God,430 heeft ze in uw hand3027 gegeven.5414 8804”

Joshua 10:19 — Statenvertaling (1637)

Verse 19 of 43 in Joshua chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Joshua 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 nu, toen -zedek,139 de koning4428 van ,3389 gehoord had,8085 8800 dat3588 Jozua3091 5857 ingenomen,3920 8804 en haar verbannen had,2763 8686 [en] aan 5857 en haar koning4428 alzo3651 gedaan had,6213 8804 gelijk als834 hij aan 3405 en haar koning4428 gedaan had;6213 8804 en dat3588 de inwoners3427 8802 van 1391 vrede7999 met 3478 gemaakt hadden,7999 8689 en in derzelver midden7130 waren;1961 8799 Zo vreesden zij3372 8799 zeer;3966 want3588 1391 was een grote1419 stad,5892 als een259 der koninklijke4467 steden;5892 ja,3588 zij1931 was groter1419 4480 ,5857 en al3605 haar mannen582 waren sterk.1368 Daarom zond7971 8799 -zedek,139 koning4428 van ,3389 tot413 ,1944 den koning4428 van ,2275 en tot413 -am,6502 den koning4428 van ,3412 en tot413 ,3309 den koning4428 van ,3923 en tot413 ,1688 den koning4428 van ,5700 zeggende:559 8800 Komt op5927 8798 tot413 mij, en helpt5826 8798 mij, dat wij 1391 slaan;5221 8686 omdat3588 zij vrede gemaakt heeft7999 8689 met Jozua3091 en met de kinderen1121 .3478 Toen werden verzameld622 8735 en kwamen op,5927 8799 vijf2568 koningen4428 der ,567 de koning4428 van ,3389 de koning4428 van ,2275 de koning4428 van ,3412 de koning4428 van ,3923 de koning4428 van ,5700 zij1992 en al3605 hun legers;4264 en zij belegerden2583 8799 5921 ,1391 en krijgden3898 8735 tegen5921 haar. De mannen582 nu van 1391 zonden7971 8799 tot413 ,3091 in413 het leger4264 van ,1537 zeggende:559 8800 Trek7503 uw handen3027 niet408 af7503 8686 van4480 uw knechten,5650 kom5927 8798 haastelijk4120 tot413 ons op, en verlos3467 8685 ons, en help5826 8798 ons; want3588 al3605 de koningen4428 der ,567 die op het gebergte2022 wonen,3427 8802 hebben zich tegen413 ons vergaderd.6908 8738 Toen toog5927 Jozua3091 op5927 8799 van4480 ,1537 hij1931 en al3605 het krijgsvolk5971 4421 met5973 hem, en alle3605 strijdbare2428 helden.1368 Want de HEERE3068 had tot Jozua3091 gezegd:559 8799 Vrees3372 8799 u niet408 voor4480 hen, want3588 Ik heb ze in uw hand3027 gegeven;5414 8804 niemand376 3808 van4480 hen zal voor uw aangezicht6440 bestaan.5975 8799 Alzo kwam935 8799 Jozua3091 snellijk6597 tot413 hen; den gansen3605 nacht3915 over was hij van4480 1537 opgetrokken.5927 8804 En de HEERE3068 verschrikte2000 8799 hen voor het aangezicht6440 van ;3478 en hij sloeg5221 8686 hen met een groten1419 slag4347 te ,1391 en vervolgde7291 8799 hen op den weg,1870 waar men naar -horon1032 opgaat,4608 en sloeg5221 8686 hen tot5704 Azeka5825 en tot5704 Makkeda4719 toe. Het geschiedde1961 8799 nu, toen zij1992 voor4480 het aangezicht6440 van 3478 vluchtten,5127 8800 zijnde in den afgang4174 van -horon,1032 zo wierp7993 8689 de HEERE3068 grote1419 stenen68 op5921 hen van4480 den hemel,8064 tot5704 Azeka5825 toe, dat zij stierven;4191 8799 daar waren er meer,7227 die834 van de hagelstenen1259 68 stierven,4191 8804 4480 die834 die kinderen1121 Israels3478 met het zwaard2719 doodden.2026 8804 Toen227 sprak1696 8762 Jozua3091 tot den HEERE,3068 ten dage3117 als de HEERE3068 de Amorieten567 voor het aangezicht6440 der kinderen1121 Israels3478 overgaf,5414 8800 en zeide559 8799 voor de ogen5869 der :3478 ,8121 sta stil1826 8798 te ,1391 en gij, maan,3394 in het dal6010 van !357 En de zon8121 stond stil,1826 8799 en de maan3394 bleef staan,5975 8804 totdat5704 zich het volk1471 aan zijn vijanden341 8802 gewroken had.5358 8799 Is dit1931 niet3808 geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 des oprechten?3477 De zon8121 nu stond stil5975 8799 in het midden2677 des hemels,8064 en haastte213 8804 niet3808 onder te gaan935 8800 omtrent een volkomen8549 dag.3117 En er was1961 8804 geen3808 dag3117 aan dezen1931 gelijk, voor6440 hem noch na310 hem, dat de HEERE3068 de stem6963 eens mans376 [alzo] verhoorde;8085 8800 want3588 de HEERE3068 streed3898 8737 voor .3478 Toen keerde7725 Jozua3091 weder,7725 8799 en gans3605 3478 met5973 hem, naar413 het leger4264 te .1537 Maar die428 vijf2568 koningen4428 waren gevloden,5127 8799 en hadden zich verborgen2244 8735 in de spelonk4631 bij .4719 En aan Jozua3091 werd geboodschapt,5046 8714 mits te zeggen:559 8800 vijf2568 koningen4428 zijn gevonden,4672 8738 verborgen2244 8737 in de spelonk4631 bij .4719 Zo zeide559 8799 :3091 Wentelt1556 8798 grote1419 stenen68 voor413 den mond6310 der spelonk,4631 en stelt6485 8685 mannen582 daarvoor5921 om hen te bewaren.8104 8800 Maar staat5975 gijlieden859 niet408 stil,5975 8799 jaagt7291 8798 uw vijanden341 8802 achterna,310 en slaat2179 8765 hen853 in den staart;5414 8799 laat hen in413 hun steden5892 niet408 komen;935 8800 want3588 de HEERE,3068 uw God,430 heeft ze in uw hand3027 gegeven.5414 8804 En het geschiedde,1961 8799 toen Jozua3091 en de kinderen1121 Israels3478 geeindigd hadden3615 8763 hen met een zeer3966 groten1419 slag4347 te slaan,5221 8687 totdat5704 zij vernield waren,8552 8800 en dat de overgeblevenen,8300 die van4480 hen overgebleven waren,8277 8804 in413 de vaste4013 steden5892 gekomen waren;935 8799 Zo keerde7725 8799 al3605 het volk5971 tot413 Jozua3091 in413 het leger,4264 bij ,4719 in vrede;7965 niemand3808 376 had zijn tong3956 tegen de kinderen1121 Israels3478 geroerd.2782 8804 Daarna zeide559 8799 :3091 Opent6605 8798 den mond6310 der spelonk,4631 en brengt3318 8685 tot413 mij uit die428 vijf2568 koningen,4428 uit4480 die spelonk.4631 Zij nu deden6213 8799 alzo,3651 en brachten3318 8686 tot413 hem uit die428 vijf2568 koningen,4428 uit4480 de spelonk:4631 den koning4428 van ,3389 den koning4428 van ,2275 den koning4428 van ,3412 den koning4428 van ,3923 den koning4428 van .5700 En het geschiedde,1961 8799 als zij die428 koningen4428 uitgebracht hadden3318 8687 tot413 ,3091 zo riep7121 8799 ,3091 413 al3605 de mannen376 van ,3478 en hij zeide559 8799 tot413 de oversten7101 des krijgsvolks,582 4421 die met854 hem getogen waren:1980 8804 toe,7126 8798 zet7760 8798 uw voeten7272 op5921 de halzen6677 dezer428 koningen.4428 En zij traden toe,7126 8799 en zetten7760 8799 hun voeten7272 op5921 hun halzen.6677 Toen zeide559 8799 Jozua3091 tot413 hen: Vreest3372 8799 niet408 en ontzet u2865 8735 niet,408 zijt sterk2388 8798 en hebt goeden moed;553 8798 want3588 alzo3602 zal de HEERE3068 aan al3605 uw vijanden341 8802 doen,6213 8799 tegen dewelke834 853 gijlieden859 strijdt.3898 8737 En Jozua3091 sloeg5221 8686 hen daarna,310 3651 en doodde4191 8686 ze, en hing8518 8799 ze aan5921 vijf2568 houten;6086 en zij hingen1961 8799 8518 8803 aan5921 de houten6086 tot5704 den avond.6153 En het geschiedde,1961 8799 ten tijde6256 als de zon8121 onderging,935 8800 beval6680 8765 ,3091 dat men hen van4480 5921 de houten6086 afname,3381 8686 en zij wierpen7993 8686 hen in413 de spelonk,4631 alwaar834 8033 zij verborgen geweest waren;2244 8738 en zij leiden7760 8799 grote1419 stenen68 voor5921 den mond6310 der spelonk,4631 [die] [daar] [zijn] tot5704 op dezen2088 zelven6106 dag.3117 Op denzelven1931 dag3117 nam3920 8804 ook Jozua3091 Makkeda4719 in, en sloeg5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards;2719 daartoe verbande hij2763 8689 derzelver koning,4428 henlieden en alle3605 ziel5315 die834 daarin was; hij liet geen3808 overigen8300 overblijven;7604 8689 en hij deed6213 8799 den koning4428 van ,4719 gelijk als834 hij den koning4428 van 3405 gedaan had.6213 8804 Toen toog5674 Jozua3091 door,5674 8799 en gans3605 3478 met5973 hem, van4480 Makkeda4719 naar ,3841 en hij krijgde3898 8735 tegen5973 .3841 En de HEERE3068 gaf5414 8799 dezelve853 ook1571 in de hand3027 van ,3478 met haar koning;4428 en hij sloeg5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards,2719 en alle3605 ziel,5315 die834 daarin was; hij liet daarin geen3808 overigen8300 overblijven;7604 8689 en hij deed6213 8799 derzelver koning,4428 gelijk als834 hij den koning4428 van 3405 gedaan had.6213 8804 Toen toog5674 Jozua3091 voort,5674 8799 en gans3605 3478 met5973 hem, van4480 Libna3841 naar ;3923 en hij belegerde2583 8799 haar5921 en krijgde3898 8735 tegen haar. En de HEERE3068 gaf5414 8799 Lachis3923 in de hand3027 van ;3478 en hij nam3920 8799 haar in op den tweeden8145 dag,3117 en hij sloeg5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards,2719 en alle3605 ziel,5315 die834 daarin was, naar alles,3605 wat834 hij Libna3841 gedaan had.6213 8804 Toen227 trok5927 ,2036 de koning4428 van ,1507 op,5927 8804 om Lachis3923 te helpen;5826 8800 maar Jozua3091 sloeg5221 8686 hem en zijn volk,5971 totdat5704 hij hem geen1115 overigen8300 overliet.7604 8689 En Jozua3091 trok voort5674 8799 van4480 Lachis3923 naar ,5700 en gans3605 3478 met5973 hem; en zij belegerden2583 8799 haar5921 en krijgden3898 8735 tegen5921 haar. En zij namen haar in3920 8799 ten zelven1931 dage,3117 en sloegen5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards,2719 en alle3605 ziel,5315 die834 daarin was, verbande hij2763 8689 op denzelven1931 dag,3117 naar alles,3605 wat834 hij aan Lachis3923 gedaan had.6213 8804 Daarna toog5927 Jozua3091 op,5927 8799 en gans3605 3478 met5973 hem; van4480 Eglon5700 naar ,2275 en zij krijgden3898 8735 tegen5921 haar. En zij namen haar in,3920 8799 en sloegen5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards,2719 zo haar koning4428 als al3605 haar steden,5892 en alle3605 ziel,5315 die834 daarin was; hij liet niemand8300 3808 in het leven overblijven,7604 8689 naar alles,3605 wat834 hij Eglon5700 gedaan had;6213 8804 en hij verbande2763 8686 haar,853 en alle3605 ziel,5315 die834 daarin was. Toen keerde7725 8799 ,3091 en gans3605 3478 met5973 hem, naar ,1688 en hij krijgde3898 8735 tegen5921 haar. En hij nam haar in,3920 8799 met haar koning,4428 en al3605 haar steden,5892 en zij sloegen5221 8686 haar met de scherpte6310 des zwaards,2719 en verbanden2763 8686 alle3605 ziel,5315 die834 daarin was; hij liet geen3808 overigen8300 overblijven;7604 8689 gelijk als834 hij aan 2275 gedaan had,6213 8804 alzo3651 deed hij6213 8804 aan Debir1688 en haar koning,4428 en gelijk als834 hij aan Libna3841 en haar koning4428 gedaan had;6213 8804 Alzo sloeg5221 8686 Jozua3091 het ganse3605 land,776 het gebergte,2022 en het zuiden,5045 en de laagte,8219 en de aflopingen der wateren,794 en al3605 hun koningen;4428 hij liet geen3808 overigen8300 overblijven;7604 8689 ja, hij verbande2763 8689 alles,3605 wat adem5397 had, gelijk als834 de HEERE,3068 de God430 ,3478 geboden had.6680 8765 En Jozua3091 sloeg5221 8686 hen van4480 -barnea6947 en tot5704 5804 toe; ook het ganse3605 land776 ,1657 en tot5704 1391 toe. En Jozua3091 nam3920 8804 al3605 deze428 koningen4428 en hun land776 op eenmaal;259 6471 want3588 de HEERE,3068 de God430 ,3478 streed3898 8737 voor .3478 Toen keerde7725 Jozua3091 weder,7725 8799 en gans3605 3478 met5973 hem, naar413 het leger4264 te .1537

Every verse in Joshua 10

Chapter navigation

0:000:00