Joshua 8:26

“Jozua3091 trok7725 ook zijn hand3027 niet3808 terug,7725 8689 die834 hij met de spies3591 had uitgestrekt,5186 8804 totdat5704 834 hij al3605 de inwoners3427 8802 van Ai5857 verbannen had.2763 8689”

Joshua 8:26 — Statenvertaling (1637)

Verse 26 of 35 in Joshua chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Joshua 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot413 :3091 Vrees3372 8799 niet,408 en ontzet u2865 8735 niet;408 neem3947 8798 met5973 u al3605 het krijgsvolk,5971 4421 en maak u op,6965 8798 trek op5927 8798 naar ;5857 zie,7200 8798 Ik heb den koning4428 van ,5857 en zijn volk,5971 en zijn stad,5892 en zijn land776 in uw hand3027 gegeven.5414 8804 Gij nu zult aan 5857 en haar koning4428 doen,6213 8804 gelijk als834 gij aan 3405 en haar koning4428 gedaan hebt;6213 8804 behalve7535 dat gij haar roof7998 en haar vee929 voor ulieden roven zult;962 8799 stel7760 8798 u een achterlage693 8802 tegen de stad,5892 van4480 achter310 dezelve. Toen maakte zich6965 Jozua3091 op,6965 8799 en al3605 het krijgsvolk,5971 4421 om op te trekken5927 8800 naar .5857 En Jozua3091 verkoos977 8799 dertig7970 duizend505 mannen,1368 strijdbare2428 helden,376 en hij zond7971 hen bij nacht3915 uit,7971 8799 En gebood6680 8762 hun,854 zeggende:559 8800 toe,7200 8798 gijlieden859 zult der stad5892 lagen leggen693 8802 van4480 achter310 de stad;5892 houdt u7368 niet408 zeer3966 verre7368 8686 van4480 de stad,5892 en weest gij1961 8804 allen3605 bereid.3559 8737 Ik595 nu, en al3605 het volk,5971 dat834 bij854 mij is, zullen tot413 de stad5892 naderen;7126 8799 en het zal geschieden,1961 8804 wanneer3588 zij ons tegemoet7125 8800 zullen uitgaan,3318 8799 gelijk als834 in het eerst,7223 zo zullen wij voor hun aangezicht6440 vlieden.5127 8804 Laat hen uitkomen3318 8804 achter310 ons, totdat5704 wij hen853 van4480 de stad5892 aftrekken;5423 8687 want3588 zij zullen zeggen:559 8799 vlieden5127 8801 voor onze aangezichten,6440 gelijk als834 in het eerst;7223 zo zullen wij vlieden5127 8804 voor hun aangezichten.6440 zult gijlieden859 opstaan6965 8799 uit4480 de achterlage,693 8802 en gij zult de stad5892 innemen;3423 8689 want de HEERE,3068 uw God,430 zal ze in uw hand3027 geven.5414 8804 En het zal geschieden,1961 8804 wanneer gij de stad5892 ingenomen hebt,8610 8800 zo zult gij de stad5892 met vuur784 aansteken;3341 8686 naar het woord1697 des HEEREN3068 zult gijlieden doen;6213 8799 ziet,7200 8798 ik heb het ulieden854 geboden.6680 8765 Alzo zond7971 Jozua3091 hen heen,7971 8799 en zij gingen3212 8799 naar413 de achterlage,3993 en zij bleven3427 8799 tussen996 -el1008 en tussen996 ,5857 tegen4480 het westen3220 van ;5857 maar Jozua3091 overnachtte3885 8799 dien1931 nacht3915 in het midden8432 des volks.5971 En Jozua3091 maakte zich7925 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en hij monsterde6485 8799 het volk;5971 en hij trok op,5927 8799 hij1931 en de oudsten2205 van ,3478 voor het aangezicht6440 des volks,5971 naar .5857 Ook trok5927 al3605 het krijgsvolk5971 4421 op,5927 8804 dat834 bij854 hem was; en zij naderden5066 8799 en kwamen935 8799 tegenover5048 de stad,5892 en zij legerden zich2583 8799 tegen4480 het noorden6828 van ;5857 en er was een dal1516 tussen996 hem en tussen996 .5857 Hij nam3947 8799 ook omtrent vijf2568 duizend505 man,376 en hij stelde7760 8799 hen853 tot een achterlage693 8802 tussen996 -el1008 en tussen996 ,5857 aan4480 het westen3220 der stad.5857 8675 5892 En zij stelden7760 8799 het volk,5971 het ganse3605 leger,4264 dat834 aan4480 het noorden6828 der stad5892 was, en zijn lage6119 was aan4480 het westen3220 der stad.5892 En Jozua3091 ging3212 8799 in denzelven1931 nacht3915 in het midden8432 des dals.6010 En het geschiedde,1961 8799 toen de koning4428 van 5857 [dat] zag,7200 8800 zo haastten zij4116 8762 en maakten zich vroeg op,7925 8686 en de mannen582 der stad5892 kwamen uit,3318 8799 3478 tegemoet,7125 8800 ten strijde,4421 hij1931 en al3605 zijn volk,5971 ter bestemder tijd,4150 voor6440 het vlakke veld;6160 want hij1931 wist3045 8804 niet,3808 dat3588 hem iemand een achterlage leide693 8802 van4480 achter310 de stad.5892 Jozua3091 , en gans3605 ,3478 werd geslagen5060 8735 voor hun aangezichten;6440 en zij vloden5127 8799 door den weg1870 der woestijn.4057 Daarom werd samengeroepen2199 8735 al3605 het volk,5971 dat834 in de stad5857 8675 5892 was, om hen na310 te jagen;7291 8800 en zij joegen7291 8799 Jozua3091 na,310 en werden van4480 de stad5892 afgetrokken.5423 8735 En er werd niet3808 een man376 overgelaten,7604 8738 in ,5857 noch -el,1008 die834 niet3808 uittrokken,3318 8804 3478 na;310 en zij lieten5800 8799 de stad5892 openstaan,6605 8803 en joegen7291 8799 3478 achterna.310 Toen sprak559 8799 de HEERE3068 tot413 :3091 Strek5186 de spies3591 uit,5186 8798 die834 in uw hand3027 is, naar413 ,5857 want3588 Ik zal hen in uw hand3027 geven.5414 8799 strekte5186 8799 Jozua3091 de spies,3591 die834 in zijn hand3027 was, naar413 de stad5892 aan. Toen rees6965 de achterlage693 8802 haastelijk4120 op6965 8804 van4480 haar plaats,4725 en zij liepen toe,7323 8799 met dat hij zijn hand3027 uitgestrekt had,5186 8800 en kwamen935 8799 aan de stad,5892 en zij namen ze in,3920 8799 en zij haastten zich,4116 8762 en staken3341 de stad5892 aan3341 8686 met vuur.784 Als de mannen582 van 5857 zich achterom310 keerden,6437 8799 zo zagen zij,7200 8799 en ziet,2009 de rook6227 der stad5892 ging op5927 8804 naar den hemel;8064 en zij hadden1961 8804 geen3808 ruimte,3027 om herwaarts2008 of derwaarts2008 te vlieden;5127 8800 want het volk,5971 dat naar de woestijn4057 vluchtte,5127 8801 keerde zich2015 8738 tegen413 degenen, die [hen] najoegen.7291 8802 En Jozua3091 en gans3605 ,3478 ziende,7200 8804 dat3588 de achterlage693 8802 de stad5892 ingenomen had,3920 8804 en dat3588 de rook6227 der stad5892 opging,5927 8804 zo keerden zij zich om,7725 8799 en sloegen5221 8686 de mannen582 van .5857 Ook kwamen3318 8804 die428 uit4480 de stad5892 hun tegemoet,7125 8800 zodat zij in het midden8432 der Israelieten3478 waren,1961 8799 deze428 van4480 hier2088 en gene428 van4480 daar;2088 en zij sloegen5221 8686 hen,853 totdat5704 geen1115 overige8300 onder hen overbleef,7604 8689 noch die ontkwam.6412 Doch den koning4428 van 5857 grepen zij8610 8804 levend,2416 en zij brachten7126 8686 hem853 tot413 .3091 En het geschiedde,1961 8799 toen de Israelieten3478 een einde gemaakt hadden3615 8763 van al3605 de inwoners3427 8802 van 5857 te doden,2026 8800 op het veld,7704 in de woestijn,4057 in dewelke834 zij hen nagejaagd hadden,7291 8804 en dat zij allen3605 door de scherpte6310 des zwaards2719 gevallen waren,5307 8799 totdat5704 zij allen3605 vernield waren;8552 8800 zo keerde zich7725 8799 gans 3478 naar ,5857 en zij sloegen5221 8686 ze853 met de scherpte6310 des zwaards.2719 En het geschiedde,1961 8799 dat allen,3605 die te dien1931 dage3117 vielen,5307 8802 4480 zo mannen376 als5704 vrouwen,802 waren twaalf8147 6240 duizend,505 al te zamen3605 lieden582 van .5857 Jozua3091 trok7725 ook zijn hand3027 niet3808 terug,7725 8689 die834 hij met de spies3591 had uitgestrekt,5186 8804 totdat5704 834 hij al3605 de inwoners3427 8802 van 5857 verbannen had.2763 8689 Alleenlijk7535 roofden962 8804 de Israelieten3478 voor zichzelven het vee929 en den buit7998 derzelver1931 stad,5892 naar het woord1697 des HEEREN,3068 dat Jozua3091 geboden had.6680 8765 Jozua3091 nu verbrandde8313 8799 ,5857 en hij stelde7760 8799 haar tot een eeuwigen5769 hoop,8510 ter verwoesting,8077 tot5704 op dezen2088 dag.3117 En den koning4428 van 5857 hing hij8518 8804 aan5921 een hout,6086 tot aan5704 den avondstond;6256 6153 en omtrent den ondergang935 8800 der zon8121 gebood6680 8765 ,3091 dat men zijn dood lichaam5038 van4480 het hout6086 afname;3381 8686 en zij wierpen7993 8686 het853 aan413 de deur6607 der stadspoort,8179 5892 en richtten6965 8686 daarop5921 een groten1419 steenhoop,1530 68 zijnde tot5704 op dezen2088 dag.3117 Toen227 bouwde1129 8799 Jozua3091 een altaar4196 den HEERE,3068 den God430 van ,3478 op den berg2022 ;5858 Gelijk als834 ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 den kinderen1121 Israels3478 geboden had,6680 8765 achtereenvolgens hetgeen geschreven is3789 8803 in het wetboek5612 8451 van :4872 een altaar4196 van gehele8003 stenen,68 over5921 dewelke834 men geen3808 ijzer1270 bewogen had;5130 8689 en daarop5921 offerden zij5927 8686 den HEERE3068 brandofferen;5930 ook offerden zij2076 8799 dankofferen.8002 Aldaar8033 schreef hij3789 8799 ook5921 op stenen68 een dubbel4932 van de wet8451 van ,4872 hetwelk834 hij geschreven heeft3789 8804 voor het aangezicht6440 der kinderen1121 .3478 En gans3605 3478 met zijn oudsten,2205 en ambtlieden,7860 8802 en zijn rechters,8199 8802 stonden5975 8802 aan4480 deze2088 en aan4480 gene2088 zijde der ,727 voor5048 de Levietische3881 priesteren,3548 die de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 droegen,5375 8802 zo vreemdelingen1616 als inboorlingen,249 een helft2677 daarvan tegenover413 4136 den berg2022 ,1630 en een helft2677 daarvan tegenover4136 den berg2022 ,5858 gelijk als834 ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 bevolen had;6680 8765 om het volk5971 van 3478 in het eerst7223 te zegenen.1288 8763 En daarna310 3651 las hij overluid7121 8804 al3605 de woorden1697 der wet,8451 de zegening1293 en den vloek,7045 naar alles,3605 wat in het wetboek5612 8451 geschreven staat.3789 8803 Daar was1961 8804 niet3808 een woord1697 van4480 al3605 hetgeen834 Mozes4872 geboden had,6680 8765 dat834 Jozua3091 niet3808 overluid las7121 8804 voor5048 de gehele3605 gemeente6951 van ,3478 en de vrouwen,802 en de kleine kinderen,2945 en de vreemdelingen,1616 die in het midden7130 van hen wandelden.1980 8802

Every verse in Joshua 8

Chapter navigation

0:000:00