Lamentations 4:12

“[Lamed]. De koningen4428 der aarde776 zouden het niet geloofd hebben,539 8689 noch al de inwoners3427 8802 der wereld,8398 dat de tegenpartijder6862 en vijand341 8802 tot de poorten8179 van Jeruzalem3389 zou ingaan.935 8799”

Lamentations 4:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 22 in Lamentations chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Lamentations 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

[]. Hoe is het goud2091 [zo] verdonkerd,6004 8714 het goede2896 fijne goud3800 [zo] veranderd!8132 8799 [] zijn de stenen68 des heiligdoms6944 vooraan7218 op alle straten2351 verworpen!8210 8691 []. De kostelijke3368 kinderen1121 ,6726 tegen fijn goud6337 geschat,5537 8794 hoe zijn zij [nu] gelijk gerekend2803 8738 aan de aarden2789 flessen,5035 het werk4639 van de handen3027 eens pottenbakkers!3335 8802 []. Zelfs laten2502 de zeekalveren8577 de borsten7699 neder,2502 8804 zij zogen3243 8689 hun welpen;1482 [maar] de dochter1323 mijns volks5971 is als een wrede393 geworden, gelijk de struisen3283 in de woestijn.4057 []. De tong3956 van het zoogkind3243 8802 kleeft1692 8804 aan zijn gehemelte2441 van dorst;6772 de kinderkens5768 eisen7592 8804 brood,3899 er is niemand, die [het] hun mededeelt.6566 8802 [He]. Die lekkernijen4574 aten,398 8802 versmachten8074 8738 [nu] op de straten;2351 die in karmozijn8438 opgetrokken zijn,539 8803 omhelzen2263 8765 den drek.830 []. En de ongerechtigheid5771 der dochter1323 mijns volks5971 is groter1431 8799 de zonden2403 van ,5467 dat als in een ogenblik7281 omgekeerd werd,2015 8803 en geen handen3027 hadden arbeid2342 8804 over haar. []. Haar bijzondersten5139 waren reiner2141 8804 de sneeuw,7950 zij waren witter6705 8804 melk;2461 zij waren roder119 8804 van lichaam6106 robijnen,6443 gladder1508 een saffier.5601 []. [] [nu] is hun gedaante8389 verduisterd2821 8804 van zwartigheid,7815 men kent5234 8738 hen niet op de straten;2351 hun huid5785 kleeft6821 8804 aan hun beenderen,6106 zij is verdord,3001 8804 zij is geworden als een hout.6086 []. De verslagenen2491 van het zwaard2719 zijn gelukkiger2896 de verslagenen2491 van den honger;7458 want die1992 vlieten daarhenen,2100 8799 [als] doorstoken zijnde,1856 8794 omdat er geen vruchten8570 der velden7704 zijn. []. De handen3027 der barmhartige7362 vrouwen802 hebben haar kinderen3206 gekookt;1310 8765 zij zijn haar tot spijze1262 8763 geworden in de verbreking7667 der dochter1323 mijns volks.5971 []. De HEERE3068 heeft grimmigheid2534 volbracht,3615 8765 heeft de hittigheid2740 toorns639 uitgestort;8210 8804 en heeft te Sion6726 een vuur784 aangestoken,3341 8686 hetwelk haar fondamenten3247 verteerd heeft.398 8799 []. De koningen4428 der aarde776 zouden het niet geloofd hebben,539 8689 noch al de inwoners3427 8802 der wereld,8398 dat de tegenpartijder6862 en vijand341 8802 tot de poorten8179 van Jeruzalem3389 zou ingaan.935 8799 []. Het is vanwege de zonden2403 harer profeten,5030 [en] de misdaden5771 harer priesteren,3548 die in het midden7130 van haar het bloed1818 der rechtvaardigen6662 vergoten hebben.8210 8802 []. Zij zwierven5128 8804 [als] blinden5787 op de straten,2351 zij waren met bloed1818 besmet,1351 8738 zodat men niet3808 kon3201 8799 zien, [of] men raakte5060 hun klederen3830 aan.5060 8799 []. Zij riepen7121 8804 tot hen: Wijkt,5493 8798 [hier] [is] een onreine,2931 wijkt,5493 8798 wijkt,5493 8798 roert niet aan!5060 8799 , zij zijn weggevlogen,5132 8804 ja, weggezworven;5128 8804 zij zeiden559 8804 onder de heidenen:1471 zullen er niet langer3254 8686 wonen.1481 8800 [Pe]. Des HEEREN3068 aangezicht6440 heeft ze verdeeld.2505 8765 zal ze voortaan niet meer3254 8686 aanzien;5027 8687 zij hebben het aangezicht6440 der priesteren3548 niet geeerd,5375 8804 zij hebben den ouden2205 geen genade bewezen.2603 8804 []. Nog bezweken3615 8799 ons onze ogen,5869 [ziende] naar onze ijdele1892 hulp;5833 wij gaapten6822 8765 met ons gapen6836 op een volk,1471 [dat] niet kon verlossen.3467 8686 []. Zij hebben onze gangen6806 nagespeurd,6679 8804 dat wij op onze straten7339 niet gaan konden;3212 8800 ons einde7093 is genaderd,7126 8804 onze dagen3117 zijn vervuld,4390 8804 ja, ons einde7093 is gekomen.935 8804 []. Onze vervolgers7291 8802 zijn sneller7031 geweest de arenden5404 des hemels;8064 zij hebben ons op de bergen2022 hittiglijk vervolgd,1814 8804 in de woestijn4057 hebben zij ons lagen gelegd.693 8804 []. De adem7307 onzer neuzen,639 de gezalfde4899 des HEEREN,3068 is gevangen3920 8738 in hun groeven;7825 [van] welken wij zeiden:559 8804 zullen onder zijn schaduw6738 leven2421 8799 onder de heidenen!1471 []. Wees vrolijk,7797 8798 en verblijd u,8055 8798 gij dochter1323 ,123 die in het land776 Uz5780 woont!3427 8802 [doch] de beker3563 zal ook tot u komen,5674 8799 gij zult dronken worden,7937 8799 en ontbloot worden.6168 8691 []. Uw ongerechtigheid5771 heeft een einde,8552 8804 o gij dochter1323 !6726 zal u niet meer3254 8686 gevankelijk doen wegvoeren;1540 8687 [maar] uw ongerechtigheid,5771 o gij dochter1323 !123 zal bezoeken;6485 8804 zal uw zonden2403 ontdekken.1540 8765

Every verse in Lamentations 4

Chapter navigation

0:000:00