Lamentations 4:22

“[Thau]. Uw ongerechtigheid5771 heeft een einde,8552 8804 o gij dochter1323 Sions!6726 Hij zal u niet meer3254 8686 gevankelijk doen wegvoeren;1540 8687 [maar] uw ongerechtigheid,5771 o gij dochter1323 Edoms!123 zal Hij bezoeken;6485 8804 Hij zal uw zonden2403 ontdekken.1540 8765”

Lamentations 4:22 — Statenvertaling (1637)

Verse 22 of 22 in Lamentations chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Lamentations 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

[]. Hoe is het goud2091 [zo] verdonkerd,6004 8714 het goede2896 fijne goud3800 [zo] veranderd!8132 8799 [] zijn de stenen68 des heiligdoms6944 vooraan7218 op alle straten2351 verworpen!8210 8691 []. De kostelijke3368 kinderen1121 ,6726 tegen fijn goud6337 geschat,5537 8794 hoe zijn zij [nu] gelijk gerekend2803 8738 aan de aarden2789 flessen,5035 het werk4639 van de handen3027 eens pottenbakkers!3335 8802 []. Zelfs laten2502 de zeekalveren8577 de borsten7699 neder,2502 8804 zij zogen3243 8689 hun welpen;1482 [maar] de dochter1323 mijns volks5971 is als een wrede393 geworden, gelijk de struisen3283 in de woestijn.4057 []. De tong3956 van het zoogkind3243 8802 kleeft1692 8804 aan zijn gehemelte2441 van dorst;6772 de kinderkens5768 eisen7592 8804 brood,3899 er is niemand, die [het] hun mededeelt.6566 8802 [He]. Die lekkernijen4574 aten,398 8802 versmachten8074 8738 [nu] op de straten;2351 die in karmozijn8438 opgetrokken zijn,539 8803 omhelzen2263 8765 den drek.830 []. En de ongerechtigheid5771 der dochter1323 mijns volks5971 is groter1431 8799 de zonden2403 van ,5467 dat als in een ogenblik7281 omgekeerd werd,2015 8803 en geen handen3027 hadden arbeid2342 8804 over haar. []. Haar bijzondersten5139 waren reiner2141 8804 de sneeuw,7950 zij waren witter6705 8804 melk;2461 zij waren roder119 8804 van lichaam6106 robijnen,6443 gladder1508 een saffier.5601 []. [] [nu] is hun gedaante8389 verduisterd2821 8804 van zwartigheid,7815 men kent5234 8738 hen niet op de straten;2351 hun huid5785 kleeft6821 8804 aan hun beenderen,6106 zij is verdord,3001 8804 zij is geworden als een hout.6086 []. De verslagenen2491 van het zwaard2719 zijn gelukkiger2896 de verslagenen2491 van den honger;7458 want die1992 vlieten daarhenen,2100 8799 [als] doorstoken zijnde,1856 8794 omdat er geen vruchten8570 der velden7704 zijn. []. De handen3027 der barmhartige7362 vrouwen802 hebben haar kinderen3206 gekookt;1310 8765 zij zijn haar tot spijze1262 8763 geworden in de verbreking7667 der dochter1323 mijns volks.5971 []. De HEERE3068 heeft grimmigheid2534 volbracht,3615 8765 heeft de hittigheid2740 toorns639 uitgestort;8210 8804 en heeft te Sion6726 een vuur784 aangestoken,3341 8686 hetwelk haar fondamenten3247 verteerd heeft.398 8799 []. De koningen4428 der aarde776 zouden het niet geloofd hebben,539 8689 noch al de inwoners3427 8802 der wereld,8398 dat de tegenpartijder6862 en vijand341 8802 tot de poorten8179 van Jeruzalem3389 zou ingaan.935 8799 []. Het is vanwege de zonden2403 harer profeten,5030 [en] de misdaden5771 harer priesteren,3548 die in het midden7130 van haar het bloed1818 der rechtvaardigen6662 vergoten hebben.8210 8802 []. Zij zwierven5128 8804 [als] blinden5787 op de straten,2351 zij waren met bloed1818 besmet,1351 8738 zodat men niet3808 kon3201 8799 zien, [of] men raakte5060 hun klederen3830 aan.5060 8799 []. Zij riepen7121 8804 tot hen: Wijkt,5493 8798 [hier] [is] een onreine,2931 wijkt,5493 8798 wijkt,5493 8798 roert niet aan!5060 8799 , zij zijn weggevlogen,5132 8804 ja, weggezworven;5128 8804 zij zeiden559 8804 onder de heidenen:1471 zullen er niet langer3254 8686 wonen.1481 8800 [Pe]. Des HEEREN3068 aangezicht6440 heeft ze verdeeld.2505 8765 zal ze voortaan niet meer3254 8686 aanzien;5027 8687 zij hebben het aangezicht6440 der priesteren3548 niet geeerd,5375 8804 zij hebben den ouden2205 geen genade bewezen.2603 8804 []. Nog bezweken3615 8799 ons onze ogen,5869 [ziende] naar onze ijdele1892 hulp;5833 wij gaapten6822 8765 met ons gapen6836 op een volk,1471 [dat] niet kon verlossen.3467 8686 []. Zij hebben onze gangen6806 nagespeurd,6679 8804 dat wij op onze straten7339 niet gaan konden;3212 8800 ons einde7093 is genaderd,7126 8804 onze dagen3117 zijn vervuld,4390 8804 ja, ons einde7093 is gekomen.935 8804 []. Onze vervolgers7291 8802 zijn sneller7031 geweest de arenden5404 des hemels;8064 zij hebben ons op de bergen2022 hittiglijk vervolgd,1814 8804 in de woestijn4057 hebben zij ons lagen gelegd.693 8804 []. De adem7307 onzer neuzen,639 de gezalfde4899 des HEEREN,3068 is gevangen3920 8738 in hun groeven;7825 [van] welken wij zeiden:559 8804 zullen onder zijn schaduw6738 leven2421 8799 onder de heidenen!1471 []. Wees vrolijk,7797 8798 en verblijd u,8055 8798 gij dochter1323 ,123 die in het land776 Uz5780 woont!3427 8802 [doch] de beker3563 zal ook tot u komen,5674 8799 gij zult dronken worden,7937 8799 en ontbloot worden.6168 8691 []. Uw ongerechtigheid5771 heeft een einde,8552 8804 o gij dochter1323 !6726 zal u niet meer3254 8686 gevankelijk doen wegvoeren;1540 8687 [maar] uw ongerechtigheid,5771 o gij dochter1323 !123 zal bezoeken;6485 8804 zal uw zonden2403 ontdekken.1540 8765

Every verse in Lamentations 4

Chapter navigation

0:000:00