Leviticus 21:10
“En hij, die de hogepriester1419 3548 onder zijn broederen251 is, op wiens hoofd7218 de zalfolie4888 8081 gegoten is,3332 8714 en wiens hand3027 men gevuld heeft,4390 8765 om die klederen899 aan te trekken,3847 8800 zal zijn hoofd7218 niet ontbloten,6544 8799 noch zijn klederen899 scheuren.6533 8799”
Leviticus 21:10 — Statenvertaling (1637)
Verse 10 of 24 in Leviticus chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Leviticus 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Spreek559 8798 tot de priesters,3548 de zonen1121 van ,175 en zeg559 8804 tot hen: Over een dode5315 zal [een] [priester] zich niet verontreinigen2930 8691 onder zijn volken.5971 Behalve over zijn bloedvriend,7607 die hem ten naaste7138 bestaat, over zijn moeder517 en over zijn vader,1 en over zijn zoon,1121 en over zijn dochter,1323 en over zijn broeder.251 En over zijn zuster,269 die maagd1330 is, hem nabestaande,7138 die nog geen man376 toebehoord heeft; over die zal hij zich verontreinigen.2930 8691 Hij zal zich niet verontreinigen2930 8691 [over] een overste1167 onder zijn volken,5971 om zich te ontheiligen.2490 8736 Zij zullen op hun hoofd7218 geen kaalheid7144 maken,7139 8799 en zullen den hoek6285 van hun baard2206 niet afscheren,1548 8762 en in hun vlees1320 zullen zij geen sneden8296 snijden.8295 8799 Zij zullen hun God430 heilig6944 zijn, en den Naam8034 huns Gods430 zullen zij niet ontheiligen;2490 8762 want zij offeren7126 8688 de vuurofferen801 des HEEREN,3068 de spijze3899 huns ;430 daarom zullen zij heilig6918 zijn. Zij zullen geen vrouw802 nemen,3947 8799 die een hoer2181 8802 of ontheiligde2491 is, noch een vrouw802 nemen,3947 8799 die van haar man376 verstoten is;1644 8803 want hij is zijn God430 heilig.6918 Daarom zult gij hem heiligen,6942 8765 omdat hij de spijze3899 uws Gods430 offert;7126 8688 hij zal u heilig6918 zijn, want Ik ben heilig;6918 Ik ben de HEERE,3068 die u heilige!6942 8764 Als nu de dochter1323 van enigen376 priester3548 zal beginnen2490 8735 te hoereren,2181 8800 zij ontheiligt2490 8764 haar vader;1 met vuur784 zal zij verbrand worden.8313 8735 En hij, die de hogepriester1419 3548 onder zijn broederen251 is, op wiens hoofd7218 de zalfolie4888 8081 gegoten is,3332 8714 en wiens hand3027 men gevuld heeft,4390 8765 om die klederen899 aan te trekken,3847 8800 zal zijn hoofd7218 niet ontbloten,6544 8799 noch zijn klederen899 scheuren.6533 8799 Hij zal ook bij geen dode4191 8801 lichamen5315 komen;935 8799 [zelfs] over zijn vader1 en over zijn moeder517 zal hij zich niet verontreinigen.2930 8691 En uit het heiligdom4720 zal hij niet uitgaan,3318 8799 dat hij het heiligdom4720 zijns Gods430 niet ontheilige,2490 8762 want de kroon5145 der zalfolie4888 8081 zijns Gods430 is op hem; Ik ben de HEERE!3068 Hij zal ook een vrouw802 in haar maagdom1331 nemen.3947 8799 Een weduwe,490 of verstotene,1644 8803 of ontheiligde2491 hoer,2181 8802 dezulke zal hij niet nemen;3947 8799 maar een maagd1330 uit zijn volken5971 zal hij tot een vrouw802 nemen.3947 8799 En hij zal zijn zaad2233 onder zijn volken5971 niet ontheiligen;2490 8762 want Ik ben de HEERE,3068 die hem heilige!6942 8764 Wijders sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot ,175 zeggende:559 8800 Niemand376 uit uw zaad,2233 naar hun geslachten,1755 in wien een gebrek3971 zal zijn, zal naderen,7126 8799 om de spijze3899 zijns Gods430 te offeren.7126 8687 Want geen man,376 in wien een gebrek3971 zal zijn, zal naderen,7126 8799 hij zij een blind5787 man,376 of kreupel,6455 of te kort,2763 8803 of te lang8311 8803 in leden; Of een man,376 in wien een breuk7667 des voets,7272 of een breuk7667 der hand3027 zal zijn; Of die bultachtig,1384 of dwergachtig1851 zal zijn, of een vel8400 op zijn oog5869 zal hebben, of droge schurftheid,1618 of etterige schurftheid,3217 of die gebroken4790 zal zijn aan zijn gemacht.810 Geen man,376 uit het zaad2233 van ,175 den priester,3548 in wien een gebrek3971 is, zal toetreden5066 8799 om de vuurofferen801 des HEEREN3068 te offeren;7126 8687 een gebrek3971 is in hem, hij zal niet toetreden,5066 8799 om de spijs3899 zijns Gods430 te offeren.7126 8687 De spijs3899 zijns ,430 van de allerheiligste6944 6944 dingen, en van de heilige6944 dingen, zal hij mogen eten;398 8799 Doch tot den voorhang6532 zal hij niet komen,935 8799 en tot het altaar4196 niet toetreden,5066 8799 omdat een gebrek3971 in hem is; opdat hij heiligdommen4720 niet ontheilige;2490 8762 want Ik ben de HEERE,3068 die hen heilige!6942 8764 En Mozes4872 sprak1696 8762 [zulks] tot 175 en tot zijn zonen,1121 en tot al de kinderen1121 .3478