Proverbs 2:9
“Dan zult gij verstaan995 8799 gerechtigheid,6664 en recht,4941 en billijkheden,4339 [en] alle goed2896 pad.4570”
Proverbs 2:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 22 in Proverbs chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Proverbs 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Mijn zoon!1121 zo gij mijn redenen561 aanneemt,3947 8799 en mijn geboden4687 bij u weglegt;6845 8799 Om uw oren241 naar wijsheid2451 te doen opmerken;7181 8687 [zo] gij uw hart3820 tot verstandigheid8394 neigt;5186 8686 Ja, zo gij tot het verstand998 roept,7121 8799 uw stem6963 verheft5414 8799 tot de verstandigheid;8394 Zo gij haar zoekt1245 8762 als zilver,3701 en naspeurt2664 8799 als verborgen schatten;4301 zult gij de vreze3374 des HEEREN3068 verstaan,995 8799 en zult de kennis1847 van God430 vinden.4672 8799 Want de HEERE3068 geeft5414 8799 wijsheid;2451 uit mond6310 [komt] kennis1847 en verstand.8394 Hij legt weg6845 8799 8675 6845 8804 voor de oprechten3477 een bestendig wezen;8454 is een Schild4043 dengenen, die oprechtelijk8537 wandelen;1980 8802 Opdat zij de paden734 des rechts4941 houden;5341 8800 en zal den weg1870 gunstgenoten2623 bewaren.8104 8799 zult gij verstaan995 8799 gerechtigheid,6664 en recht,4941 en billijkheden,4339 [en] alle goed2896 pad.4570 Als de wijsheid2451 in uw hart3820 zal gekomen zijn,935 8799 en de wetenschap1847 voor uw ziel5315 zal liefelijk zijn;5276 8799 Zo zal de bedachtzaamheid4209 over u de wacht houden,8104 8799 de verstandigheid8394 zal u behoeden;5341 8799 Om u te redden5337 8687 van den kwaden7451 weg,1870 van den man,376 die verkeerdheden8419 spreekt;1696 8764 [] [degenen], die de paden734 der oprechtheid3476 verlaten,5800 8802 om te gaan3212 8800 in de wegen1870 der duisternis;2822 Die blijde8056 zijn in het kwaad7451 doen,6213 8800 zich verheugen1523 8799 in de verkeerdheden8419 des kwaden;7451 Welker paden734 verkeerd6141 zijn, en afwijkende3868 8737 in hun sporen;4570 Om u te redden5337 8687 van de vreemde2114 8801 vrouw,802 van de onbekende,5237 [die] met haar redenen561 vleit;2505 8689 Die den leidsman441 harer jonkheid5271 verlaat,5800 8802 en het verbond1285 haars Gods430 vergeet;7911 8804 Want haar huis1004 helt7743 8804 naar den dood,4194 en haar paden4570 naar de overledenen.7496 Allen die tot haar ingaan,935 8802 zullen niet wederkomen,7725 8799 en zullen de paden734 des levens2416 niet aantreffen;5381 8686 Opdat gij wandelt3212 8799 op den weg1870 der goeden,2896 en houdt8104 8799 de paden734 der rechtvaardigen.6662 Want de vromen3477 zullen de aarde776 bewonen,7931 8799 en de oprechten8549 zullen daarin overblijven;3498 8735 Maar de goddelozen7563 zullen van de aarde776 uitgeroeid worden,3772 8735 en de trouwelozen898 8802 zullen er van uitgerukt worden.5255 8799