Psalms 107:37
“En bezaaien2232 8799 akkers,7704 en planten5193 8799 wijngaarden,3754 die inkomende8393 vrucht6529 voortbrengen.6213 8799”
Psalms 107:37 — Statenvertaling (1637)
Verse 37 of 43 in Psalms chapter 107 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 107 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Looft3034 8685 den HEERE,3068 want is goed;2896 want goedertierenheid2617 is in der eeuwigheid.5769 Dat [zulks] de bevrijden1350 8803 des HEEREN3068 zeggen,559 8799 die van de hand3027 der wederpartijders6862 bevrijd heeft.1350 8804 En die uit de landen776 verzameld heeft,6908 8765 van het oosten4217 en van het westen,4628 van het noorden6828 en van de zee.3220 Die in de woestijn4057 dwaalden,8582 8804 in een weg1870 der wildernis,3452 die geen stad5892 ter woning4186 vonden;4672 8804 Zij waren hongerig,7457 ook dorstig;6771 hun ziel5315 was in hen overstelpt.5848 8691 Doch roepende6817 8799 tot den HEERE3068 in de benauwdheid,6862 die zij hadden, heeft hen gered5337 8686 uit hun angsten;4691 En leidde1869 8686 hen op een rechten3477 weg,1870 om te gaan3212 8800 tot een stad5892 ter woning.4186 Laat hen voor den HEERE3068 goedertierenheid2617 loven,3034 8686 en wonderwerken6381 8737 voor de kinderen1121 der mensen;120 Want heeft de dorstige8264 8802 ziel5315 verzadigd,7646 8689 en de hongerige7457 ziel5315 met goed2896 vervuld;4390 8765 Die in duisternis2822 en de schaduw des doods6757 zaten,3427 8802 gebonden615 met verdrukking6040 en ijzer;1270 Omdat zij wederspannig waren geweest4784 8689 tegen Gods410 geboden,561 en den raad6098 des Allerhoogsten5945 onwaardiglijk verworpen hadden.5006 8804 Waarom hun het hart3820 door zwarigheid5999 vernederd heeft;3665 8686 zij zijn gestruikeld,3782 8804 en er was geen helper.5826 8802 Doch roepende2199 8799 tot den HEERE3068 in de benauwdheid,6862 die zij hadden, verloste Hij3467 8686 hen uit hun angsten.4691 Hij voerde hen uit3318 8686 de duisternis2822 en de schaduw des doods,6757 en brak5423 8762 hun banden.4147 Laat hen voor den HEERE3068 goedertierenheid2617 loven,3034 8686 en wonderwerken6381 8737 voor de kinderen1121 der mensen;120 Want heeft de koperen5178 deuren1817 gebroken,7665 8765 en de ijzeren1270 grendelen1280 in stukken gehouwen.1438 8765 De zotten191 worden om den weg1870 hunner overtreding,6588 en om hun ongerechtigheden5771 geplaagd;6031 8691 Hun ziel5315 gruwelde8581 8762 van alle spijze,400 en zij waren tot aan de poorten8179 des doods4194 gekomen.5060 8686 Doch roepende2199 8799 tot den HEERE3068 in de benauwdheid,6862 die zij hadden, verloste Hij3467 8686 hen uit hun angsten.4691 Hij zond7971 8799 woord1697 uit, en heelde7495 8799 hen, en rukte hen uit4422 8762 hun kuilen.7825 Laat hen voor den HEERE3068 goedertierenheid2617 loven,3034 8686 en wonderwerken6381 8737 voor de kinderen1121 der mensen.120 En dat zij lofofferen2077 8426 offeren,2076 8799 en met gejuich7440 werken4639 vertellen.5608 8762 Die met schepen591 ter zee3220 afvaren,3381 8802 handel4399 doende6213 8802 op grote7227 wateren;4325 Die zien7200 8804 de werken4639 des HEEREN,3068 en wonderwerken6381 8737 in de diepte.4688 Als spreekt,559 8799 zo doet een stormwind5591 7307 opstaan,5975 8686 die haar golven1530 omhoog verheft.7311 8787 Zij rijzen op5927 8799 naar den hemel;8064 zij dalen neder3381 8799 tot in de afgronden;8415 hun ziel5315 versmelt4127 8709 van angst.7451 Zij dansen2287 8799 en waggelen5128 8799 als een dronken man,7910 en al hun wijsheid2451 wordt verslonden.1104 8691 Doch roepende6817 8799 tot den HEERE3068 in de benauwdheid,6862 die zij hadden, zo voerde hen uit3318 8686 hun angsten.4691 Hij doet6965 8686 den storm5591 stilstaan,1827 zodat hun golven1530 stilzwijgen.2814 8799 zijn zij verblijd,8055 8799 omdat zij gestild zijn,8367 8799 en dat hen tot de haven4231 hunner begeerte2656 geleid heeft.5148 8686 Laat hen voor den HEERE3068 goedertierenheid2617 loven,3034 8686 en wonderwerken6381 8737 voor de kinderen1121 der mensen;120 En verhogen7311 8787 in de gemeente6951 des volks,5971 en in het gestoelte4186 der oudsten2205 roemen.1984 8762 Hij stelt7760 8799 de rivieren5104 tot een woestijn,4057 en watertochten4325 4161 tot dorstig6774 [land]. Het vruchtbaar6529 land776 tot zouten4420 [grond], om de boosheid7451 dergenen, die daarin wonen.3427 8802 Hij stelt7760 8799 de woestijn4057 tot een waterpoel,98 4325 en het dorre6723 land776 tot watertochten.4325 4161 En doet de hongerigen7457 aldaar wonen,3427 8686 en zij stichten3559 8787 een stad5892 ter woning;4186 En bezaaien2232 8799 akkers,7704 en planten5193 8799 wijngaarden,3754 die inkomende8393 vrucht6529 voortbrengen.6213 8799 En zegent1288 8762 hen, zodat zij zeer3966 vermenigvuldigen,7235 8799 en hun vee929 vermindert Hij4591 8686 niet. Daarna verminderen zij,4591 8799 en komen ten onder,7817 8799 door verdrukking,6115 kwaad7451 en droefenis.3015 Hij stort8210 8802 verachting937 uit over de prinsen,5081 en doet hen dwalen8582 8686 in het woeste,8414 waar geen weg1870 is. Maar brengt7682 den nooddruftige34 uit de verdrukking6040 in een hoog vertrek,7682 8762 en maakt7760 8799 de huisgezinnen4940 als kudden.6629 De oprechten3477 zien7200 8799 het, en zijn verblijd,8055 8799 maar alle ongerechtigheid5766 stopt7092 8804 haar mond.6310 Wie is wijs?2450 neme deze [dingen] waar;8104 8799 en dat zij verstandelijk letten995 8709 op de goedertierenheden2617 des HEEREN.3068