Ezekiel 10:16

“En als de cherubs3742 gingen,3212 8800 zo gingen3212 8799 die raderen212 nevens dezelven;681 en als de cherubs3742 hun vleugelen3671 ophieven,5375 8800 om zich7311 van de aarde776 omhoog te heffen,7311 8800 zo keerden zich5437 8735 diezelve1992 raderen212 ook niet om van bij681 hen.”

Ezekiel 10:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 22 in Ezekiel chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna zag ik,7200 8799 en ziet, boven het uitspansel,7549 hetwelk was over het hoofd7218 der cherubs,3742 was als een saffiersteen,5601 68 als de gedaante4758 van de gelijkenis1823 eens troons;3678 [en] verscheen7200 8738 op dezelve. En sprak559 8799 tot den man,376 bekleed3847 8803 met linnen,906 en zeide:559 8799 Ga in935 8798 tot tussen996 de wielen,1534 tot onder den cherub,3742 en vul4390 8761 uw vuisten2651 met vurige784 kolen1513 van tussen996 de cherubs,3742 en strooi2236 8798 ze over de stad;5892 en hij ging in935 8799 voor mijn ogen.5869 De cherubs3742 nu stonden5975 8802 ter rechterzijde3225 van het huis,1004 als die man376 inging;935 8800 en een wolk6051 vervulde4390 8804 het binnenste6442 voorhof.2691 Toen hief zich7311 de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 omhoog7311 8799 van boven den cherub,3742 op den dorpel4670 van het huis;1004 en het huis1004 werd vervuld4390 8735 met een wolk,6051 en het voorhof2691 was vol4390 8804 van den glans5051 der heerlijkheid3068 des HEEREN.3519 En het geruis6963 van de vleugelen3671 der cherubs3742 werd gehoord8085 8738 tot het uiterste2435 voorhof,2691 als de stem6963 des almachtigen7706 ,410 wanneer spreekt.1696 8763 Het geschiedde nu, als den man,376 bekleed3847 8803 met linnen,906 geboden had,6680 8763 zeggende:559 8800 Neem3947 8798 vuur784 van tussen de wielen,1534 van tussen de cherubs,3742 dat hij inging935 8799 en stond5975 8799 bij681 een rad.212 Toen stak7971 een cherub3742 zijn hand3027 uit7971 8799 van tussen de cherubs3742 tot het vuur,784 hetwelk was tussen de cherubs,3742 en nam5375 8799 [daarvan], en gaf5414 8799 het in de vuisten2651 desgenen, die met linnen906 bekleed was;3847 8803 die nam3947 8799 het, en ging uit.3318 8799 Want er werd gezien7200 8735 aan de cherubs3742 de gelijkenis8403 van eens mensen120 hand3027 onder hun vleugelen.3671 Toen zag ik,7200 8799 en ziet, vier702 raderen212 waren bij681 de cherubs;3742 een259 259 rad212 212 was bij elken259 259 cherub;3742 3742 en de gedaante4758 der raderen212 was als de verf5869 van een turkoois-steen.8658 68 En aangaande hun gedaanten,4758 die vier702 hadden enerlei259 gelijkenis,1823 gelijk of het ware geweest een rad212 in het midden8432 van een rad.212 Als die gingen,3212 8800 zo gingen3212 8800 [deze] op hun vier702 zijden;7253 zij keerden zich5437 8735 niet om, als zij gingen;3212 8800 maar de plaats,4725 waarheen het hoofd7218 zag,6437 8799 die volgden zij3212 8799 na;310 zij keerden zich5437 8735 niet om, als zij gingen.3212 8799 Hun ganse lichaam1320 nu, en hun ruggen,1354 en hun handen,3027 en hun vleugelen,3671 mitsgaders de raderen,212 waren vol4392 ogen5869 rondom;5439 die vier702 hadden hun raderen.212 Aangaande de raderen,212 elkeen derzelve werd voor mijn oren241 genoemd7121 8795 .1534 En elkeen259 had vier702 aangezichten;6440 het eerste259 aangezicht6440 was het aangezicht6440 eens cherubs,3742 en het tweede8145 aangezicht6440 was het aangezicht6440 eens mensen,120 en het derde7992 het aangezicht6440 eens leeuws,738 en het vierde7243 het aangezicht6440 eens arends.5404 En die cherubs3742 hieven zich omhoog;7426 8735 dit was hetzelfde dier,2416 dat ik bij de rivier5104 Chebar3529 gezien had.7200 8804 En als de cherubs3742 gingen,3212 8800 zo gingen3212 8799 die raderen212 nevens dezelven;681 en als de cherubs3742 hun vleugelen3671 ophieven,5375 8800 om zich7311 van de aarde776 omhoog te heffen,7311 8800 zo keerden zich5437 8735 diezelve1992 raderen212 ook niet om van bij681 hen. Als die stonden,5975 8800 stonden5975 8799 [deze], en als die opgeheven werden,7311 8800 hieven zich deze [ook] op;7426 8735 want de geest7307 der dieren2416 was in hen. Toen ging3318 de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 van boven den dorpel4670 des huizes1004 weg,3318 8799 en stond5975 8799 boven de cherubs.3742 En de cherubs3742 hieven5375 8799 hun vleugelen3671 op, en verhieven zich7426 8735 van de aarde776 omhoog voor mijn ogen,5869 als zij uitgingen;3318 8800 en de raderen212 waren tegenover5980 hen; en elkeen stond5975 8799 aan de deur6607 der Oostpoort6931 8179 van het huis1004 des HEEREN;3068 en de heerlijkheid3519 des Gods430 Israels3478 was van boven over4605 hen. Dit is het dier,2416 dat ik zag7200 8804 onder den Gods430 Israels3478 bij de rivier5104 ;3529 en ik bemerkte,3045 8799 dat het cherubs3742 waren. Elkeen259 had vier702 702 aangezichten,6440 en elkeen259 had vier702 vleugelen;3671 en de gelijkenis1823 van mensenhanden3027 120 was onder hun vleugelen.3671 En aangaande de gelijkenis1823 van hun aangezichten,6440 het waren dezelfde1992 aangezichten,6440 die ik gezien had7200 8804 bij de rivier5104 ,3529 hun gedaanten4758 en zij zelven; zij gingen3212 8799 ieder376 recht uit5676 voor zijn aangezicht6440 henen.

Every verse in Ezekiel 10

Chapter navigation

0:000:00