Ezekiel 27:10

“Perzen,6539 en Lydiers,3865 en Puteers6316 waren in uw heir,2428 uw krijgslieden;582 4421 schild4043 en helm3553 hingen zij8518 8765 in u op, die maakten5414 8804 uw sieraad.1926”

Ezekiel 27:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 36 in Ezekiel chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wijders geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Gij , mensenkind!1121 120 hef5375 8798 een klaaglied7015 op over ;6865 En zeg559 8804 tot ,6865 die daar woont3427 8802 aan de ingangen3997 der zee,3220 handelende7402 8802 met de volken5971 in vele7227 eilanden:339 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 O !6865 gij zegt:559 8804 Ik ben volmaakt3632 in schoonheid.3308 Uw landpalen1366 zijn in het hart3820 der zeeen;3220 uw bouwers1129 8802 hebben uw schoonheid3308 volkomen gemaakt.3634 8804 Zij hebben al uw denningen3871 [uit] dennebomen1265 van Senir8149 gebouwd;1129 8804 zij hebben cederen730 van den Libanon3844 gehaald,3947 8804 om masten8650 voor u te maken.6213 8800 Zij hebben uw riemen4880 [uit] eiken437 van Basan1316 gemaakt;6213 8804 uw berderen7175 hebben zij gemaakt6213 8804 [uw] welbetreden1323 839 elpenbeen,8127 uit de eilanden339 der .3794 Fijn linnen8336 met stiksel7553 uit Egypte4714 was uw uitbreidsel,4666 dat het u tot een zeil5251 ware; hemelsblauw8504 en purper,713 uit de eilanden339 van ,473 was uw deksel.4374 De inwoners3427 8802 van 6721 en Arvad719 waren uw roeiers;7751 8801 uw wijzen,2450 o !6865 [die] in u waren, die waren uw schippers.2259 De oudsten2205 van Gebal1380 en haar wijzen2450 waren in u, verbeterende2388 8688 uw breuken;919 alle schepen591 der zee3220 en haar zeelieden4419 waren in u, om onderlingen handel4627 met u te drijven.6148 8800 Perzen,6539 en ,3865 en Puteers6316 waren in uw heir,2428 uw krijgslieden;582 4421 schild4043 en helm3553 hingen zij8518 8765 in u op, die maakten5414 8804 uw sieraad.1926 De kinderen1121 van Arvad719 en uw heir2428 waren rondom5439 op uw muren,2346 en de Gammadieten1575 waren op uw torens;4026 hun schilden7982 hingen zij8518 8765 rondom5439 aan uw muren;2346 die maakten3634 uw schoonheid3308 volkomen.3634 8804 Tarsis8659 dreef koophandel5503 8802 met u vanwege de veelheid7230 van allerlei goed;1952 met zilver,3701 ijzer,1270 tin,913 en lood5777 handelden zij5414 8804 [op] uw markten.5801 Javan,3120 Tubal8422 en Mesech4902 waren uw kooplieden;7402 8802 met mensenzielen5315 120 en koperen5178 vaten3627 dreven zij5414 8804 onderlingen handel4627 met u. Uit het huis1004 van Togarma8425 leverden zij5414 8804 paarden,5483 en ruiteren,6571 en muilezels6505 [op] uw markten.5801 De kinderen1121 van Dedan1719 waren uw kooplieden;7402 8802 vele7227 eilanden339 waren de koophandel5506 uwer hand;3027 hoornen7161 van elpenbeen8127 en ebbenhout1894 gaven zij u weder7725 8689 [tot] een verering.814 Syrie758 dreef koophandel5503 8802 met u, vanwege de veelheid7230 uwer werken;4639 met smaragden,5306 purper,713 en gestikt werk,7553 en zijde,948 en ,7215 en ,3539 handelden zij5414 8804 op uw markten.5801 Juda3063 en het land776 Israels3478 waren uw kooplieden;7402 8802 met tarwe2406 van Minnit4511 en ,6436 en honig,1706 en olie,8081 en balsem,6875 dreven zij5414 8804 onderlingen handel4627 met u. Damaskus1834 dreef koophandel5503 8802 met u, om de veelheid7230 uwer werken,4639 vanwege de veelheid7230 van allerlei goed;1952 met wijn3196 van Chelbon2463 en witte6713 wol.6785 Ook leverden5414 8804 2051 8676 1835 en ,3120 de omreizer,235 8794 op uw markten;5801 glad6219 ijzer,1270 kassie6916 en kalmus7070 was in uw onderlingen koophandel.4627 Dedan1719 handelde7402 8802 met u met kostelijk2667 gewand899 tot wagens.7396 Arabie6152 en alle vorsten5387 van Kedar6938 waren de kooplieden uwer hand;3027 met lammeren,3733 en rammen,352 en bokken,6260 daarmede handelden zij5503 8802 met u. De kooplieden7402 8802 van Scheba7614 en Raema7484 waren uw kooplieden;7402 8802 met alle hoofdspecerij,7218 1314 en met alle kostelijk3368 gesteente68 en goud,2091 handelden zij5414 8804 [op] uw markten.5801 ,2771 en ,3656 en ,5729 de kooplieden7402 8802 van ,7614 Assur804 [en] ,3638 handelden7402 8802 met u. Die waren uw kooplieden7402 8802 met volkomen sieradien,4360 met pakken1545 van hemelsblauw8504 en gestikt werk,7553 en met schatkisten1595 van schone klederen;1264 gebonden2280 8803 met koorden,2256 en in ceder729 gepakt, onder uw koopmanschap.4819 De schepen591 van Tarsis8659 zongen7788 8802 van u, [vanwege] den onderlingen koophandel4627 met u; en gij waart vervuld,4390 8735 en zeer3966 verheerlijkt3513 8799 in het hart3820 der zeeen.3220 Die u roeien,7751 8801 hebben u in grote7227 wateren4325 gevoerd;935 8689 de oostenwind6921 7307 heeft u verbroken7665 8804 in het hart3820 der zeeen.3220 Uw goed,1952 en uw marktwaren,5801 uw onderlinge koophandel,4627 uw zeelieden,4419 en uw schippers;2259 die uw breuken919 verbeteren,2388 8688 en die onderlingen handel4627 met u drijven,6148 8802 en al uw krijgslieden,582 4421 die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente,6951 die in het midden8432 van u is, zullen vallen5307 8799 in het hart3820 der zeeen,3220 ten dage3117 van uw val.4658 Van het geluid6963 des geschreeuws2201 uwer schippers2259 zullen de voorsteden4054 beven.7493 8799 En allen, die den riem4880 handelen,8610 8802 zeelieden,4419 [en] alle schippers2259 van de zee,3220 zullen uit hun schepen591 nederklimmen;3381 8804 op het land776 zullen zij staan blijven.5975 8799 En zij zullen hun stem6963 over u laten horen,8085 8689 en bitterlijk4751 schreeuwen;2199 8799 en zij zullen stof6083 op hun hoofden7218 werpen,5927 8686 zij zullen zich wentelen6428 8691 in de as.665 En zij zullen zich over u gans7144 kaal maken,7139 8689 en zakken8242 aangorden;2296 8804 en zullen over u wenen1058 8804 met bitterheid4751 der ziel,5315 [en] bittere4751 rouwklage.4553 En zij zullen in hun gekerm5204 een klaaglied7015 over u opheffen,5375 8804 en over u weeklagen,6969 8790 [zeggende]: Wie is geweest als ,6865 als de uitgeroeide1822 in het midden8432 der zee?3220 Als uw marktwaren5801 uit de zeeen3220 voortkwamen,3318 8800 hebt gij vele7227 volken5971 verzadigd;7646 8689 met de veelheid7230 uwer goederen1952 en uw onderlingen koophandel,4627 hebt gij de koningen4428 der aarde776 rijk gemaakt.6238 8689 Ten tijde,6256 dat gij uit de zeeen3220 verbroken zijt7665 8737 in de diepte4615 der wateren,4325 zijn uw onderlinge koophandel4627 en uw ganse gemeente6951 in het midden8432 van u gevallen.5307 8804 Alle inwoners3427 8802 der eilanden339 zijn over u ontzet,8074 8804 en hun koningen4428 staan de haren te berge,8178 8175 8804 zij zijn verbaasd7481 8804 van aangezicht.6440 De handelaars5503 8802 onder de volken5971 fluiten u aan;8319 8804 gij zijt een grote schrik1091 geworden, en zult er niet [meer] zijn tot5704 in eeuwigheid.5769

Every verse in Ezekiel 27

Chapter navigation

0:000:00